Het leven van Barry

Hoofdstuk 20

Het dagmenu van Barry: opstaan, televisiekijken en slapengaan.

Let op! Een lichte speling op dit schema is altijd mogelijk. Dat maakt het leven zo boeiend en spannend.

 

 

Eerder in het leven van Barry

 

Hoofdstuk 1

Dit is Barry.

Barry (links)

Hoofdstuk 2

Wanneer Barry niet slaapt, is hij te vinden in zijn vaste zetel, die op ruim twee meter afstand staat van zijn televisietoestel, dat altijd aan staat wanneer hij wakker is.

Let echter op, dit wil niet zeggen dat Barry nooit in zijn zetel slaapt wanneer de televisie aan staat. Barry is niet zomaar voor één gat te vangen.

Dat is alles wat u moet weten over Barry.

Hoofdstuk 3

Ik zag in het vorige hoofdstuk iets wezenlijks over het hoofd, iets wat u werkelijk moet weten indien u hoogte wil krijgen van Barry’s leefwereld en dat ik nu ga vertellen.

Barry is in het bezit van drie joggings: een grijze, een grijze en een grijze.

De eerste draagt hij dag in, dag uit, de tweede uitsluitend wanneer hij bezoek ontvangt en de derde doet hij aan wanneer zijn eerste jogging vuil is.

Nee, ik ben in de war. De eerste draagt hij uitsluitend wanneer hij bezoek ontvangt, de tweede wanneer zijn derde jogging vuil is en de derde doet hij dag in, dag uit aan.

Ja, zo is het.

Hoofdstuk 4

Barry ontvangt nooit bezoek.

Hoofdstuk 5

Nu u al heel wat weet over Barry, waarbij u ervan uit mag gaan dat het bijzonderste vermeld werd, is het tijd voor spontane actie. Doel: de vaart in dit feuilleton houden.

Niet dat de vorige hoofdstukken teleurstellen. In het derde hoofdstuk laat Barry op de meest subtiele wijze een intiem beeld van zichzelf schetsen.

Het vierde hoofdstuk bevat niet meer dan de noodzakelijke toelichting, akkoord, maar is daarom net verfrissend en ongewoon te noemen. (Een recensent schreef na de voorbije aflevering dat Barry nergens over gaat en zich op geen enkele manier ten dienste stelt van het maatschappelijke debat. Twee dingen. Een. De recensent had meer dan 1.800 woorden nodig om beide grieven kenbaar te maken. Twee. Het leven van Barry is zoals het is. Accepteer het.)

Indien het vierde hoofdstuk nog vers in het geheugen zit, kunt u deze alinea met een gerust gemoed overslaan. Voor de mensen die hoofdstuk 4 gemist hebben of hoofdstuk 4 willen herbeleven, volgt nu een herhaling: ‘Barry ontvangt nooit bezoek.’

Dan rest er alleen nog te kijken wat er vandaag op Barry’s programma staat. Dat is jammer: niet veel eigenlijk. Opstaan, televisie kijken en gaan slapen.

Morgen volgt alweer een nieuwe dag.

Hoofdstuk 6

Er waart een virus onder de mensen dat de mensen de stuipen op het lijf jaagt en de mensen dingen laat doen die ze gisteren, eergisteren en de dagen tevoren in geen werkelijkheid voor mogelijk hadden gehouden. En de mensen doen het, omdat de mensen bang zijn en de mensen willen maar één ding: sterke mensen die de mensen zeggen wat de mensen moeten doen en de mensen zeggen dat het goedkomt, het enigste wat de mensen moeten doen is zwijgzaam luisteren en dan komt het goed en dan zullen de mensen uit de hand eten van de sterke mensen. Wat de mensen niet willen horen: dat de mensen hun lot zelf niet te bepalen hebben, dat alles wat voorafging, de controle en de zekerheid, de orde en het overzicht, een groots georkestreerde zinsbegoocheling was en dat het nu tijd is voor het normale: chaos en verwarring. Dat het virus deel uitmaakt van dezelfde natuur waar de mensen toe behoren, maar die de mensen denken te kunnen overheersen omdat de mensen geloven over alles de controle te hebben, en zo niet het recht hebben die controle af te dwingen, de overtuiging huldigend dat hun eigen leefwereld volledig ten dienste staat van de mensen en de mensen hun eigen leefwereld niets verschuldigd zijn. Dat de mensen eigenlijk tegen zichzelf vechten.

De sterke mensen doen wat sterke mensen zo goed kunnen: zeggen wat de mensen willen horen. Dat er een vijand is en dat er helden zijn. Een vijand. Helden. De vijand is de vreemde indringer die bestreden wordt en de helden zijn de mensen die de vijand bestrijden. Kunt u nog volgen? Ja hé, dat is de bedoeling. Het leven is geordend en begrijpbaar en de realiteit doodeenvoudig. De sterke mensen die anders minachtend doen over de helden omdat het hen goed uitkomt, applaudisseren nu voor de helden omdat het hen goed uitkomt. De sterke mensen die anders de instituten aanvallen en verzwakken, rekenen nu op deze instituten om de onzichtbare vijand te overwinnen. De sterke mensen die anders de mensen op het hart drukken dat de mensen hun geluk zelf bepalen, praten de mensen nu een vreemd soort van saamhorigheidsgevoel aan dat hoogstens in tijden van oorlog de kop opsteekt.

Opdat de chaos en de verwarring snel voorbij zijn en alles weer normaal is, wordt van de mensen een kolossaal offer gevraagd. De mensen moeten thuisblijven.

Barry gehoorzaamt plichtsgetrouw, uit burgerzin en omdat niet thuisblijven te vermoeiend is.

Hoofdstuk 7

De koning leest op de staatstelevisie een speech voor. Beminde landgenoten, het zijn zware tijden, u maakt zich vreselijk zorgen en ik ben zo brutaal van u te eisen dat u moed toont, weet echter dat u er niet alleen voor staat, dat het misschien zo niet voelt, maar de koningin en ik denken elk moment van de dag aan u vanuit ons paleis met prachtig privépark waar de koning zijn hoofd kan leegmaken al golfend of een wandeling makend langs de serres en het groen in bloei.

Barry boert luid en hoort zo niet dat de koning zijn speech afrondt met een formele oproep dat contact met mensen tenzij huisgenoten ten minste één jaar verboden is.

Geen probleem aangezien dit sowieso het plan van Barry was.

Hoofdstuk 8

Druk dat ze zijn, haasten de mensen zich op dag 1 sinds het land formeel virusvrij is verklaard te pletter, alsof het nooit anders is geweest, kan of zal zijn.

De orde is hersteld. ’t Is te zeggen. Wie de dag dat het virus uitbrak in slaap viel en alsof er een duivels toeval mee gemoeid is weer wakker werd de dag dat het virus tot het geringste restje is uitgeroeid, kortom wie de tijden dat het virus lelijk huis hield wegveegt en de beide uiteinden van het virusvrije leven met elkaar verbindt, zal niet anders kunnen dan vaststellen dat er meer dan het een en ander veranderd is.

De muren hebben ogen gekregen, de straatlantaarns oren en u mag dat nagenoeg letterlijk nemen: de technologieën om mensen thuis te laten blijven, blijken ook goed te werken om mensen voor andere doeleinden in de pas te doen lopen. Drones met intelligente software controleren of mensen de kortste weg naar hun werk nemen. Mensen die God weet waarom op straat komen moeten een formulier bij zich hebben dat hun aanwezigheid in de publieke ruimte verklaart. En camera’s met de meest geavanceerde software registreren foutloos wie wanneer wie bezoekt. Deze gegevens worden gekoppeld aan een uniek profiel dat agenten dankzij een hiervoor ontwikkelde app kunnen raadplegen. Ze filmen met hun smartphone die de gezichten toebehorend aan elk profiel herkent en weten zo in een oogopslag de hele handel en wandel van deze persoon waarna die a) mag doorlopen b) een gepaste straf krijgt voor ongeoorloofd gebruik van het openbare domein. De regering liet ooit eens berekenen dat nodeloze verplaatsingen de economie een hele duit kosten en de politie ziet sindsdien strikt toe op het naleven van de richtlijnen: elke verplaatsing moet een direct economisch doel dienen, familiebezoeken gebeuren louter ’s zondags en voor eventuele afwijkingen op de richtlijnen moet u een bijkomende bijna onmogelijke procedure volgen.

Maar de politie niet alleen. Wat deze schone slaper ook opvalt is dat de mensen zich anders gedragen onderling. Het virus heeft alle mensen ervan bewust gemaakt dat ze hetzelfde lot ondergaan. De mensen letten nu op elkaar, dat kan sympathiek klinken, ware het zo dat wie een misdrijf aangeeft punten krijgt in een sociaalscoringssysteem wat na verloop van tijd materiële voordelen oplevert, althans zo luidt de belofte. De solidariteit ten tijde van het virus was niet meer dan een maskerade voor het onheimelijke besef dat we allemaal een potentieel gevaar zijn voor elkaar. Laten we dus wel wezen, de staat doet eigenlijk niet meer dan gehoor geven aan het wijdverbreide sentiment om ieder risico uit te schakelen wanneer ze de doodstraf herinvoert, alle rechters op pensioen stuurt en hen vervangt door lieden die vertrouwd zijn met de hernieuwde standaarden voor wat goed is en wat kwaad en wanneer ze om de uniformiteit van de berichtgeving te waarborgen de openbare omroep opdoekt en de van oorsprong commerciële tv-zender, met wie de macht vanouds betere verhoudingen heeft, tot het nieuwe staatskanaal bombardeert. Veiligheid boven alles.

Barry ondervindt er geen last van zolang hij niet zelf om paprikachips naar de winkel moet.

Hoofdstuk 9

Barry had van 2003 tot en met 2007 een huisdier. Een hamster. Ollie.

In juli 2007 is Ollie overleden zonder reden.

Nadien heeft Barry nooit nog een huisdier gehad. Ook zonder reden.

Hoofdstuk 10

Barry denkt nog vaak aan Ollie. Hoe hij als kind het diertje over zijn hand liet kruipen, met M&M’s voederde en zijn chocoladekeutels opkuiste. Het maakt zelfs de anders uitwendig onbewogen Barry een beetje week. Mooi, toch?

Barry is Ollie allang vergeten. Men zou snel het besluit kunnen trekken dat Ollie werkelijk niets heeft betekend in het leven van Barry. Men zou ook de tijd kunnen nemen om tot hetzelfde besluit te komen.

Hoofdstuk 11

De vorige twee hoofdstukken gaan voornamelijk over Barry’s jeugd. Ook in dit hoofdstuk speelt zijn jeugd een belangrijke rol.

Toen Barry dertien was, maakte hij in de kerstvakantie een puzzel van Europa. 500 stukjes. Helaas (sorry voor de subjectieve inbreng) bleek aan het eind een groen puzzelstukje met daarop de Russische stad Krasnodar te ontbreken, waardoor Barry de puzzel nooit heeft kunnen voltooien.

Onmogelijk te zeggen of dit incident Barry’s leven heeft getekend. De feiten zijn wat ze zijn: het puzzelstukje is tot op heden zoek, het was de laatste puzzel waar Barry aan begon en hij heeft over dit incident nooit gesproken. Nooit willen spreken? Hoe het ook zij, het vermoeden is niet ongerechtvaardigd dat dit een onopgelost trauma is dat een stabiele toekomst in de weg zal staan.

Hoofdstuk 12

Door zijn uitzonderlijke hoogbegaafdheid verveelt Barry zich onnoemelijk snel en komt hij nergens toe.

Flashback. Toen hij elf was deed Barry een IQ-test die hij zo vervelend vond dat hij er na de derde vraag reeds de brui aan gaf.

Sindsdien gaat Barry als uitzonderlijk hoogbegaafd door het leven.

Hoofdstuk 13

De drie verste plaatsen waar Barry al is geweest:

– Brussel

– Uruguay

– Maleisië

‘Wat heeft Barry te zoeken in Brussel?’ hoor ik u denken. Hij nam daar het vliegtuig met als eindbestemming Uruguay en Maleisië.

(geen details over mogelijke tussenstops beschikbaar)

Hoofdstuk 14

We denken dat we de dingen waarover we spreken belangrijk vinden en dat we er daarom over spreken. In werkelijkheid spreken we erover omdat we ze kennen. Kenden we alles, zouden we van andere dingen wakker liggen. Van onze allesomvattende kennis bijvoorbeeld en de hiermee gepaard gaande onmachtige gevoelens om iets te betekenen. Stel je voor dat we alles wisten wat er te weten valt en naar de bakker om een wit brood gaan.

‘Een wit brood alstublieft.’

‘Dat hebben we niet, maar dat wist je al.’

‘Ja, natuurlijk wist ik dat. Maar dat wist je al.’

‘Je wilt nu eigenlijk zonder brood de winkel verlaten, maar uit beleefdheid kies je er toch voor om een meergranenbrood te vragen.’

‘Klopt, en dat vind jij maar kieskeurig en verwaand, maar ja, je kunt er niks van zeggen omdat de klant koning is.’

Om maar te zeggen dat elk gesprek volkomen zinloos zou zijn en de mens gedwongen wordt om op zichzelf terug te plooien en zodoende stopt met zichzelf voort te planten en schielijk komt uit te sterven, wat nu ook geen onoverkomelijke ramp zou zijn.

Een voor de hand liggende conclusie is dat mensen idioot zijn, maar in wezen beschermt onze onwetendheid ons tegen onszelf en maken we ons druk in dingen om onszelf een doel en een betekenis toe te kennen die we zogezegd zelf hebben bepaald maar in feite een dom gevolg zijn van toeval en situaties.

Die willekeurigheid stoort Barry vreselijk. Daarom verkiest hij om van niets wakker te liggen.

Barry staat op, wandelt de trap af en opent de koelkast. Geen cola meer in huis. Sommige vormen van leed zijn universeel.

Hoofdstuk 15

Alles wat Barry nu doet, gaat toch ooit teniet. Dus waarom zou hij iets doen?

Zolang hij niets doet, doet hij niets overbodigs en draagt hij niet bij aan de onoverzichtelijke chaos in het universum.

Men begrijpe het goed dat Barry niet om het even niets doet. Hij heeft daar lang over nagedacht.

Hoofdstuk 16

Barry verjaart. 24 wordt hij.

Hij houdt het voor die gelegenheid extra rustig. Beetje eten, beetje televisiekijken, uitslapen, niet te lang, anders is zijn verjaardag zo voorbij.

Meer moet dat voor Barry niet zijn.

Hoofdstuk 17

Barry heeft verdriet. Een lege zak chips.

Hij spreekt zichzelf moed in. Karakter tonen. Voor niets gaat de zon op.

Hij staat op. Slentert naar een kast. Opent die. Neemt een volle zak chips.

Barry heeft geen verdriet meer.

Hoofdstuk 18

Boos is Barry zelden. En wanneer wel het geval is dat op zichzelf.

Nooit een ander het eigen falen aanrekenen, altijd de beste versie van zichzelf willen zijn, het siert Barry als mens en als persoon.

Kunnen velen nog wat van leren.

Denk maar aan laatst. Een lege zak chips. Hij stond op. Slenterde naar de kast. Opende die. Kast leeg.

Het heeft een tijd geduurd eer Barry uit dat dal is gekropen. Hij kon toen de wereld heel wat verwijten, maar nee, Barry gaf eerlijk toe dat hij dit volledig aan zichzelf te wijten heeft.

Het traject om tegenslagen te boven te komen dat Barry hierop volgde zag er als volgt uit: hij deed een andere kast open. Drie volle zakken paprikachips.

Hoofdstuk 19

Het vorige hoofdstuk opent een spervuur aan vragen van praktische aard.

Hoe raken de kasten weer gevuld? Beter gesteld, wie zorgt dat Barry niet achterover valt van de honger en de dorst? Gaat hij zelf naar de winkel? Woont hij alleen? Wie zijn de mensen in het leven van Barry? Enzovoort, enzovoort.

Doet dat er dan toe? Het spijt me dat u geen verbeelding heeft. Het verhaal als incompleet acht zolang u niet met zekerheid weet hoe Barry aan eten komt. Maar ik heb het met u te doen, u bent ook maar een product van deze tijd waarin alles zeker en transparant moet zijn.

Zo jammer.