33. Over het onweerstaanbare gebruiksgemak van de hypocrisiebeschuldiging

Er zijn twee manieren waarop een mens niet wil worden gezien: op een fatbike en als een hypocriet. Ik moest er vorige week aan denken (ik zat hierbij niet op een fatbike, toen niet) ter gelegenheid van de passage van Johan Bruyneel in Vive le vélo die later werd gerechtvaardigd door het feit dat de UCI Richard Virenque en andere ex-dopinggebruikers wel verwelkomt in de Tour. Nu kan de UCI wel wat hebben (hypocriet van mij?) en gaat het hier niet over leven en dood en zijn er andere argumenten te bedenken dan ‘Richard Virenque mag het wel’ waarom Bruyneel het Tourcircus met een bezoekje mag verblijden, niettemin is elk geval anders (in dit geval pathetisch versus misdadig gedrag) en heft het ene kwaad het andere niet op.

In maatschappelijk belangrijke discussies (wat ik natuurlijk wil zeggen: in andere maatschappelijk nog belangrijkere discussies) wordt het gebruik van de jij-bak een stukje wranger. Zo blijken diegene die er een minimalistische opvatting op nahouden over de genocide in Gaza vaak wel bezorgd over de oorlog in Soedan. Ze formuleren het alleen een beetje onhandig door mensen die weinig sympathie voelen voor genocides (meestal worden deze mensen in minder vriendelijke bewoordingen gelabeld, daar zou je al iets uit kunnen opmaken, maar laten we in deze column even uitgaan van het goede van de mens) te verwijten dat je hen hierover dan weer niet hoort. Niet dat de vraagsteller oprecht inzit met de door oorlog en honger op de vlucht geslagen Soedanezen (stel je de vraag: zou de vraagsteller zonder de rampspoed in Gaza weten dat er in Soedan een oorlog gaande is?), het is hem (meestal een hem, niet zelden ook met als voornaam Maarten), ondanks de onbeschrijfelijk schrijnende humanitaire toestanden, te doen om mensen wier moreel kompas wel af en toe activiteit vertoont ongeloofwaardig te maken.

(je zult zien dat het conflict tussen Cambodja en Thailand plots op veel belangstelling kan rekenen, ironisch genoeg omdat ‘je er niemand over hoort’, al valt het nooit uit te sluiten dat er een expert over grensconflicten in Zuidoost-Azië opduikt die al een leven lang op dit moment wacht)

Hypocriet is wel: vurige betogen voeren over de liberaal-democratische waarden en het internationaal recht, maar hulpeloos naar je voeten staren wanneer een bondgenoot een genocide pleegt in plaats van al je macht te gebruiken om die te beëindigen.

Nu kunnen we een filosofische discussie voeren over collectieve en individuele verantwoordelijkheid, maar dit alles moet herkenbaar in de oren klinken van klimaatactivisten die zijn gespot in de Quick. Dat neemt niet weg dat een lamskotelet etende tiener die met de ouders jaarlijks naar Andalusië vliegt en tegelijk de politiek aanzet om een effectief klimaatbeleid te voeren nog altijd beter is voor de planeet dan een lamskotelet etende tiener die met de ouders jaarlijks naar Andalusië vliegt en geen actie voert. Ze zeggen in feite: we kunnen dit niet alleen, zend hulp!  

Hypocriet is wel: met de glimlach verdragen ondertekenen en wetten goedkeuren, maar daarna met de glimlach weigeren het beleid te voeren dat noodzakelijk is om de doelstellingen te behalen. Extra punten als je als zelfverklaard hoeder van de rechtsstaat vervolgens je eigen wetten niet in de praktijk omzet en rechters activistisch noemt omdat ze binnen hun controletaak je op je verplichtingen wijzen die je bent aangegaan.

We worden graag als consequente mensen beschouwd waardoor de hypocrisiebeschuldiging min of meer het ergste is wat een mens kan overkomen, in die mate dat het soms verwijtbaarder lijkt om als een hypocriet door het leven te gaan dan om de aarde kapot te exploiteren of een genocide te plegen. Het is niet alleen een oneerlijke wedstrijd die de hypocrisieverwijters altijd winnen, omdat het nu eenmaal onmogelijk is om volstrekt zuiver in de consistentieleer te zijn, maar ook omdat je van wie niets doet niets kunt verwachten behalve hoogstens van anderen de maat nemen. (oké, misschien ook weten dat Soedan een land is dat zelfs met het blote oog relatief zichtbaar is op de landkaart) Je zou dit soort morele sabotage … kunnen noemen. (ik zou het minstens duizend keer kunnen zeggen, maar ik kan even niet op het woord komen)

Matthias Vangenechten