Kapotte droom: Lars (7) wil Vlaams minister worden, maar heeft te weinig vriendjes om subsidies te geven
De zevenjarige Lars had een droom: Vlaams minister worden. Pijnlijk genoeg moet hij nu op zoek naar een andere droom. Na een open en eerlijk gesprek met zichzelf kwam hij tot het besluit dat hij te weinig vriendjes heeft om te trakteren op subsidies.

Lars moet naarstig op zoek naar nieuwe toekomstplannen. Al sinds zijn tweede droomt hij ervan om Vlaams minister te worden van gelijk wat. ‘Minister-president hoeft niet per se. Ik heb op school nog nooit boekhouden gehad. Het is des te meer iets voor mij om te debatteren over stikstof, onderwijsplannen en culinaire centra, in een sfeer van onderling wantrouwen en naijver.’
Aan die mooie droom komt nu bijzonder abrupt een einde. ‘Ik las dat een succesvolle Vlaamse minister een netwerk heeft van gemiddeld twaalf vrienden met bedrijven, projecten of organisaties, of vage maar heel baanbrekende en innovatieve ideeën die iets met AI te maken hebben en die zonder subsidies niet van de grond komen. Ik heb twee goede vrienden en die zitten niet eens bij een belangenvereniging, laat staan dat ze een eigen vzw hebben.’
Toch moeten we zeggen zoals het is: Lars vertelt niet het hele verhaal. Ook zijn moreel kompas vertoont gebreken. Zijn tante, Zuhal Demir, vertelt: ‘Lars organiseerde op de speelplaats een wedstrijd om ter beste leraren imiteren. De winnaars wilde hij belonen met zelf van anderen afgenomen koekjes. Zijn twee beste vrienden bakten er volgens de door Lars opgestelde objectieve criteria niets van. Kinderen die hem geregeld tegenspreken, kwamen er als beste uit. Tot daar zoals het vrijwel altijd gaat.’
‘Op zo’n moment heb je zeker twee opties’, legt zijn tante uit. ‘Hij kon de kinderen die hij niet mag niet belonen met koekjes en niemand koekjes geven. Of hij kon zoals minstens zo gebruikelijk de wedstrijd stopzetten en de koekjes achteraf gewoon aan zijn vrienden geven. Wat doet Lars echter? Hij geeft zijn niet-vrienden de koekjes, omdat hun imitaties volgens objectief vastgestelde maatstaven de beste waren. Hij vindt het anders kleinzielige wraak of achterkamertjespolitiek. Tja, dan is Vlaams minister worden inderdaad niets voor jou.’
Volgens pedagogen is het ongebruikelijk dat een kind van zeven in de Vlaamse regering wil zitten. Meestal ontgroeien ze die fase vooraleer ze de kleuterklas verlaten.







