The Vremde Mirror

Het enige betrouwbare medium uit Vremde buiten paragnostische Agnes

12. Oorlogswoordenboek

Met de nakende oorlog die almaar nakender wordt in het vooruitzicht, tot we vermurwd door al die nakendheid dan maar de oorlog beginnen om verlost te zijn van de met het nakend zijn van de oorlog gepaard gaande onzekerheid, dringt er zich een nieuwe lexicale realiteit op in ons dagelijks leven. Voor de goede verstaander volgt een bondige omschrijving van de belangrijkste begrippen.

Boots on the ground

Woordcombinatie die in 80% van de gevallen wordt uitgesproken door mannen die zich heel mannelijk beginnen voelen door het uit te spreken.

Broek ophouden

Zoveel geld geven aan legers dat er bijna geen geld meer overblijft voor de normen en waarden die de legers aan het verdedigen zijn.

Daadkracht

Frequent gebruikt woord door mensen die vinden dat er iets moet gebeuren, dingen moeten worden gedaan en zaken worden gerealiseerd en fors en zelfzeker willen overkomen zonder eigenlijk te weten wat er moet gebeuren, welke dingen er moeten worden gedaan en welke zaken worden gerealiseerd.

Discipline

Iets wat de huidige generatie jongeren in die mate sterk ontbeert dat het uitsluitend te ontdekken valt in de onder water gelopen loopgraven in de Donbas.

Een gebaar

Voorheen bekend als de Hitlergroet omdat de groet wordt uitgevoerd ter aanbidding van Adolf Hitler. De hedendaagse uitvoerders van de Hitlergroet vinden de benaming Hitlergroet voor een Hitlergroet te polariserend en te kwetsend. Daarom wordt nu gesproken van een gebaar.

Geopolitiek

Komt neer op burgers die de dood worden ingejaagd voor een lapje grond en het gemarchandeer om een graantje hiervan mee te pikken. Het woord geopolitiek klinkt gewichtig alsof er rationele tactieken schuilen achter de grillen van machthebbers, terwijl de drijfveren niet meer zijn dan hebzucht en het kunnen tonen van macht tot elke prijs. Het alternatief is een doorgedrongen besef van de volstrekte willekeur die landbazen aan de dag leggen en die willekeur ons allemaal de ene of de andere dag kan treffen en we bepaalde landbazen zelf hebben gekozen.

Leren naar onszelf kijken

Zie broek ophouden.

Nucleaire afschrikking

De idee dat het een goed idee is om kernwapens te hebben omdat machthebbers (Poetin, Trump etc.) volstrekt rationele wezens zijn die niets in een opwelling doen.

Onvermijdelijk

Iets dat sowieso staat te gebeuren, is onvermijdelijk. Dat wil niet zeggen dat omdat iets gebeurt dat het onvermijdelijk is. Dingen hadden anders kunnen lopen, bijvoorbeeld omdat zaken die niet onvermijdelijk zijn als onvermijdelijk worden voorgesteld om gedrag en gedachten te sturen. Het is onvermijdelijk dat dit gebeurt.

Opschalen

Tot voor kort alleen gebruikt in de context van ziekenhuisbedden. Dachten verkeerdelijk dat dit woord in onbruik was geraakt. Blijkt ook toepasbaar op geld en materiaal voor legers. Wordt alleen nog in die context gebruikt. Wanneer de legers het geld en het materiaal aanwenden ook weer in de context van ziekenhuisbedden.

Transactioneel wereldbeeld

Een doodzieke vriend in het ziekenhuis met een bosje bloemen gaan bezoeken. De afgifte van het bosje bloemen laten afhangen van wat je doodzieke vriend voor jou heeft meegebracht. Stampvoetend de ziekenhuiskamer verlaten met je bosje bloemen in de hand.

Vredesdividend

Een toonbeeld van Europese decadentie: in vrede leven en het normaal vinden dat mensen elkaar niet afslachten voor een perceel grond. Erger nog: op basis van deze gedachte overheidsgeld besteden aan zaken zoals onderwijs, cultuur en sociale voorzieningen in plaats van schietpistolen in de wetenschap dat een verbonden en geïnformeerde samenleving ook een weerbare samenleving is. Geopolitieke duiders kunnen het woord alleen maar smalend in de mond nemen als voorbeeld van de zwakte van Europa in plaats van dat we iets te koesteren dreigen te verliezen.

Waanzin

Dag na dag een stukje waanzinniger.

11. Top 5 zondebokken van de week

Ook deze week hadden weer een hoop mensen uit specifieke groepen de schuld van alles. Geniet van de top 5 van deze week!

5. (3) De grote vermogens

De wereld is niet eerlijk. De grote vermogens voelen zich geviseerd en geschoffeerd en je kunt het hen moeilijk kwalijk nemen. Terwijl de modale burger netjes belastingen betaalt, worden zij keer op keer gedwongen om met belastinggeld opgeleide fiscalisten te sponsoren om voor hen nieuwe achterpoortjes open te wrikken. En zelfs dat wordt in vraag gesteld. Je moet eraan worden herinnerd: dat zij in een welvarende regio en stabiele democratie (vooralsnog) met goede sociale voorzieningen en kwalitatief onderwijs (vooralsnog) fortuin opbouwen, is alleen en alleen hun verdienste. Een lichtpuntje: ze kunnen gelukkig rekenen op een fideel netwerk van economen, fiscalisten en vermogensbeheerders die in talkshows maatregelen hekelen omdat ze de middenklasse of beter nog de gewone man in de straat midscheeps treffen. Dat het afvoeren van de maatregelen steeds ook de grote vermogens goed zou uitkomen, is een zelden geziene bijkomstige toevalligheid. Daarom staan de grote vermogens pas op plaats 5.

4. (2) Transpersonen in de sport                      

Ik besef dat ik me op ijs begeef zo glad als verkopers die telefonisch een energiecontract proberen aan te smeren. Op plaats 4 staan nu eenmaal transpersonen die aan (top)sport doen en dan met name transvrouwen die biologische voordelen zouden hebben. Je kunt daar op verschillende manieren op reageren. Laconiek: transpersonen hebben zo veel te verduren dat ze ook eens een voordeeltje mogen hebben. Al is het onzeker of transvrouwen wel dat biologische voordeeltje hebben. Wetenschappelijk: als ze dat voordeel hebben, kunnen ze niet meedoen aan vrouwensport. Maar dat moet objectief hard te maken vallen aan de hand van eenduidige en transparante parameters. Filosofisch: waar stopt talent en fysieke aanleg en waar beginnen de oneigenlijke voordelen? Topsport is per definitie oneerlijk. De spanwijdte van de armen van Michael Phelps is meer dan twee meter. Als marathonloper ben je er niet veel mee, als zwemmer was hij dat des te meer. Alleen gaat het natuurlijk over wat anders. Online helden die een wielrenner niet kunnen onderscheiden van een polsstokspringer met de polsstok in de hand, maken zich ineens zorgen om het lot van vrouwen in de sport. Dit vraagstuk is een zoveelste instrument om transpersonen te stigmatiseren en te beschimpen, met alle gevolgen van dien. En dat topsport het zo moeilijk heeft om transpersonen een plaats te geven, zegt misschien vooral iets over topsport.

3. (5) Langdurig zieken

Het concept van langdurig ziek zijn is minder ingewikkeld dan men soms aanneemt: je bent lange tijd ziek en een van de gevolgen van deze weinig afgunst opwekkende toestand is dat je niet kunt werken. Wie fysieke arbeid levert, kan gemakkelijk en minimaal tot zijn 67ste werken. Maar we moeten ook denken aan de mensen die het veel minder hebben getroffen en arbeidseconoom zijn geworden. Je kunt niet verwachten dat zij tot hun 67ste dag in dag uit tv-studio’s in- en uitlopen zonder ziek uit te vallen. En als er al het eentje het wel zou lukken, kun je dit jezelf als samenleving niet aandoen. De mensen met spierziekten, osteoporose, ingezakte wervels en andere ingebeelde kwaaltjes moeten beter hun best doen, maar laten we voor arbeidseconomen onze mildheid en empathie niet verliezen.

2. (1) Nieuwkomers

Niet op 1 deze week. Dat wil niet zeggen dat nieuwkomers minder onpopulair zijn geworden. Soms is er eentje miraculeus genoeg nog onpopulairder. Puntig samengevat komt het erop neer dat het hun schuld is. En als ze ergens geen schuld aan hebben, is dat ook hun schuld. Niet getreurd echter, volgens de meeste voorspellingen staan ze ten laatste over twee weken weer op plek 1.

1. (-) De vakbonden

De vakbonden leren het kennelijk nooit. De modale burger is helemaal niet tegen staken, maar staken moet wel leuk zijn, voor een doel dat oké is en je mag er geen last van hebben. Al moet je de vakbonden deze verdienste wel toekennen: luitjes die klimaatbeleid afdoen als sociaal onverantwoord, maken zich ineens zorgen over de toekomstige generaties. En het draagvlak natuurlijk niet te vergeten! Wanneer mensen iets ongewilligs meemaken, beginnen ze zich zorgen te maken over draagvlak. Je moet er maar eens op letten: zoals luitjes die elke klimaatmaatregel te duur vinden, uitermate bezorgd zijn over het draagvlak van klimaatmaatregelen wanneer iemand het woord klimaat nog maar in de mond neemt, zo beginnen economen en VOKA-adepten zich te bekommeren over het draagvlak voor sociale eisen. Dat betekent niet dat de vakbonden de eerste plaats cadeau hebben gekregen. Maar liefst negen stakingsdagen en nog eens afhankelijk van vakbond tot vakbond 18 tot 29 aangekondigde dagen bleken uiteindelijk nodig om nieuwkomers in deze hitparade van de troon te stoten. Die inspanningen verdienen een welgemeende proficiat en een weekje niet gaan werken.

Matthias Vangenechten

10. Ook columnist maakt noodpakket klaar

Ik heb Jonathan Holslag hoog zitten. Je moet het maar kunnen: farmaceuten breken al jaren hun hoofd over de ontwikkeling van een antidepressivum dat mensen die onverhoeds een interview met Holslag hebben gelezen erbovenop kan helpen en het lukt ze maar niet. In die mate zelfs dat ze er depressief van worden, maar niet zo zwaar als mensen die een interview met Jonathan Holslag hebben gelezen.

Het mag geenszins verbazen – en ik vermoed dat ik niet alleen ben – dat de verzamelde interviews met Jonathan Holslag en de verzamelde columns van Jonathan Holslag het eerste en het enige zijn wat in mijn noodpakket zit. Water, wc-papier en bonen omgord door blik, allemaal aardig en fraai, maar de eelt op mijn ziel wil ook wat, net in tijden van oorlog. Zijn boodschap mag dan bekender zijn dan die van virologen over afstand houden en mondmaskerdracht in de zoveelste dood zaaiende coronagolf, telkens als er een column, essay met de lengte van een bundel of een interview van of met Holslag verschijnt – en dat gebeurt helaas te weinig, omzeggens twee keer voor de noen en drie keer na de noen – maakt mijn hart verrukt een apocalyptisch sprongetje. Dankzij Jonathan Holslag weet ik al jaren wat er op ons afkomt en heb ik ook verklaringen voor alles.

Kernachtig komt het erop neer dat West-Europeanen vadsig en decadent zijn, omdat de meesten nooit een oorlog hebben meegemaakt en het kennelijk normaal vinden dat mensen elkaar niet afslachten. Het begint al bij de kleinste koters die niet weerbaar genoeg zijn en dat ligt niet alleen aan de jeugd maar ook aan hun ouders en de kleuteronderwijzers die liever sprookjes met prinsen en jonkvrouwen voorlezen dan columns van Jonathan Holslag. Het gevolg laat zich raden: Europa gaat kapot, er komen gitzwarte tijden aan, we zijn fragiel, zwak en onbeholpen en we gaan allemaal dood op een niet-leuke manier.

Maar we kunnen er nog iets aan doen, weliswaar elke dag almaar minder, maar het kan nog. Niet dat Holslag fan is van Trump, hij verduidelijkt dat hardop, wel is het een fraaie opportuniteit voor Europa om zijn burgers een minder afkerige omgang met schietpistolen (Anderlecht, dit gaat niet over jullie) aan te brengen. Kwalijk is dat Europa keer op de keer opportuniteiten mist. Oorlog in Oekraïne, een opportuniteit. Trump, een opportuniteit. Ruzie op de speelplaats van lagere school De Inktvis in Tienen, een opportuniteit.

We moeten weer leren vechten voor onze waarden. Het ambetante aan oorlog is dat het eerste wat sneuvelt de normen en waarden zijn die je meent te verdedigen zodat je snel in een cirkel van waanzin belandt, maar je kunt natuurlijk niet alles hebben in oorlogstijd.

Het bewonderenswaardige aan Jonathan Holslag is dat hij niet moedeloos wordt van de domheid en lethargie die om hem heen woekeren, maar dat hij belangeloos zijn inzichten met ons blijft delen. Als mensen zich verbazen over geopolitieke realiteiten, verbaast Jonathan Holslag zich over de verbazing. Hij zegt het al jaren en we hebben niet geluisterd en hij zegt het al jaren dat hij het al jaren zegt en nog altijd luisteren we niet. West-Europa is niet klaar voor de oorlog die voor de deur staat, iets wat Jonathan Holslag al jaren voorspelt, zo zegt Jonathan Holslag, en kijk nu. (Oké, we zijn nog niet in oorlog, maar dat scheelt niet veel meer. In termen van Jonathan Holslag zijn we naar schatting nog maar zevenendertig columns, drieëntwintig essays en zeventien interviews verwijderd van een oorlog.)

Het is misschien onhandig dat mijn noodpakket elke dag groter wordt, maar dat weegt niet op tegen het feit dat ik klaar ben voor de oorlog. Mocht er een bom op mijn kamer vallen, lees ik onder het puin een column van Jonathan Holslag en ben ik dankbaar dat mijn ellende nog goed meevalt. Hoe ik vervolgens geschikte antidepressiva bemachtig, zie ik dan nog wel.

Matthias Vangenechten

9. Nog een column over Trump

Er zijn verschillende personen die ik bewonder: kijkers van James & co, gasten in James & co, publiek in James & co en al de columnisten die columns over Trump schrijven. De bewondering voor die laatste groep kwam er toen ik het idee opvatte om zelf een column over Trump te schrijven. (De bewondering voor hen bestond dus nog niet voor ik een column over Trump wou schrijven, kwestie dat u niet denkt dat ik columns schrijf om mezelf te kunnen bewonderen.) Let op, ik had ideetjes genoeg. Alleen gold voor elk ideetje meer dan één bezwaar.

Zo zou ik kunnen schrijven dat er in navolging van Trumps plan om de Gazastrook etnisch te zuiveren ten faveure van een mondain vastgoedprojectje nog uitdagende vastgoedopportuniteiten zijn. Ik denk in de eerste plaats aan het Colosseum dat een verkommerde bouwval is met een bijzonder potentieel op het vlak van eventbeleving, handel en kantoorruimten. Of aan het Amazonegebied dat geteisterd wordt door hardnekkige bomengroei ten nadele van de productie van voer voor dieren die later geplet liggen tussen een zompig broodje in Amerikaanse diabetestenten. Of een nieuw voetbalstadion in Brugge. Zoals u merkt, schiet de satirische insteek flink tekort. Het laatste idee buiten beschouwing gelaten, kan niets Trump qua absurditeit overtreffen.

Ik zou kunnen schrijven dat bij Trump theater de essentie is. Dat het een act is die draait rond de act die bestaat uit het tonen van macht, maakt niet uit hoe. Of preciezer gesteld: hoe primitiever, hoe beter. Dat met hoe meer ongerijmdheden Trump wegkomt, hoe machtiger hij zich inbeeldt te zijn. Dat het ook weinig uitmaakt of wat hij zegt ooit werkelijkheid wordt. Dat hij ofwel zijn macht kan etaleren door zijn zin te krijgen of dat hij anders wordt tegengewerkt door elites die verder moeten worden weggezuiverd en dat hij intussen de grenzen van het betamelijke verder verschuift en dat hoe meer van deze grenzen hij oversteekt die niet over te steken leken, hoe moegetergder de tegenstand en hoe groter de kans dat het een volgende keer wel lukt. Dat hij zich niet schaamt om leugens, maar dat hij leugens countert met nog meer en hardere leugens om de waarheid compleet aan het zicht te onttrekken. Dat ik achter een logica zit te jagen waarvan het bestaan hoogst twijfelachtig is en ik het onbegrijpbare verklaarbaar aan het maken ben terwijl het compleet krankzinnige net in al zijn complete krankzinnigheid intact moet blijven.

Ik zou kunnen schrijven dat we het niet of minder over Trump moeten hebben. Het overtuigt me niet. Trump is naar mijn persoonlijke inschatting niet schuw van aandacht. Maar door met de rug naar de werkelijkheid te staan, verdwijnt ze niet en dreig je het abnormale te normaliseren. Ik zou bijgevolg kunnen schrijven om het wel over Trump te blijven hebben, de stoet aan malligheden ten spijt. Maar hoe? Door netjes de feiten te benoemen natuurlijk. Alleen is schrijven over de autocratisering van de VS niet hetzelfde als een weerbericht presenteren. Het benoemen is overigens gebeurd, ten miljoenen male. Trumps plannen weglachen is een al even kansloos idee. Zijn idioterieën vallen bloedernstig te nemen. Ik zou kunnen schrijven over de inwendige worsteling hoe ik word geslingerd tussen wel of niet over Trump schrijven en zo ja, in welke vorm. Of u daar wat aan hebt, durf ik te betwijfelen.

Ik zou kunnen schrijven dat het abnormale het normale is geworden en dat we bij herhaling van het abnormale en het almaar abnormaler worden van het abnormale wat eerder nog als abnormaal werd beschouwd met een abnormale vaart als normaal gaan beschouwen. Het overtuigt me niet. Dan maar geen column over Trump.

Matthias Vangenechten

8. Hoera, we hebben een regering!

We kunnen weer ademen, tenzij u een asielzoeker bent of geen werk hebt of langdurig ziek bent. We hebben een nieuwe federale regering. Door te lang te luisteren naar professionele commentatoren en duiders voor wie de loutere creatie van een regering een grotere obsessie was dan voor de onderhandelaars zelf (hun drie belangrijkste redenen: geloofwaardigheid van de politiek, ‘het heeft nu wel lang genoeg geduurd’, zo vaak hetzelfde moeten zeggen dat het zelfs hen begint op te vallen), zou je haast vergeten dat het voor sommige mensen levensbepalend is wat die regering concreet van plan is.

Al even interessant is het mensbeeld dat opstijgt uit de beleidsplannen en -prioriteiten. Aangezien een aantal regeringspartijen liever hun ziel zo omzwachteld mogelijk inruilen voor een beetje macht, raken visies, mensbeelden en intenties gemakkelijk verstikt in mistige ministerpraat. Gelukkig is daar aan gedacht door Theo Francken minister te maken. Geen plaats voor ondubbelzinnigheden bij hem. Het beleid zal betreffende eender wat het strengste ooit blijken, er zal vanalles worden aangepakt en als het niet wordt aangepakt, zal het worden opgekuist. Voor ethische bezwaren is er dan weinig plaats. Zolang het niet gaat over de meerwaardebelasting natuurlijk, die is immoreel en onethisch. Francken is niet de man die zich verliest in details. Op de kritiek van de vrouwelijke ondervertegenwoordiging, antwoordde Francken in Terzake dat hij, Theo Francken (ik gok eerder (m.)), er niet wakker van ligt dat er geen vrouw in het kernkabinet zit. Waar Trump de doodskist van satire is, mag Francken zich een verdienstelijke nagel noemen.

Wat alvast het strengste ooit zal zijn, is het asielbeleid. Kennelijk is er nog bewegingsruimte rechts van kinderen op straat laten slapen. Francken – niet de minister van migratie en daar zullen we ons deze legislatuur meermaals actief aan moeten herinneren – postte een zeventig-minus-vijf-puntenplan dat dit strengste asielbeleid ooit moet illustreren. Deze punten laten zich samenvatten als het straffen, in de weg zitten, eindeloos vermoeien, wantrouwen en stigmatiseren van mensen in maatschappelijk de minst benijdenswaardige positie. Op een speelplaats heet dit pesten, in de grotemensenpolitiek is het ferme daadkracht.

(Komt na ampel zoeken in geen van de zeventig-minus-vijf punten voor: een humaan perspectief voor mensen op de vlucht, een constructieve bijdrage om nieuwkomers zich gewenst te laten voelen en een beetje begrip en mededogen in het algemeen.)  

Nu kun je – bijvoorbeeld als coalitiepartner in de almaar fictievere veronderstelling dat er coalitiepartners zijn die hier maagkramp van krijgen – stilletjes negeren wat je hebt onderhandeld en al even stilletjes hopen dat het en cours de route wordt afgezwakt en als er je iets wordt gevraagd gemeenplaatsen bazelen over rechten en plichten, uiteraard zeggen dat je naar de mensen hebt geluisterd die de massamigratie (let op de neutrale woordkeuze) echt zat zijn nadat politici hen al jaren inlepelen dat minder migratie de oplossing is voor alle problemen waarvan mensen het bestaan niet wisten en inbedden in een groter verhaal dat allang geen antwoord meer is op de vraag.

Gelukkig is er zoals aangehaald aan gedacht om Theo Francken minister te maken. Geen plaats voor ondubbelzinnigheden bij hem. Nee, hij verhult geenszins waar het hem werkelijk om te doen is. Trots pakt hij ermee uit de pestkop van de klas te zijn. Hij viert zijn moed die nodig is om te trappen op wie op de grond ligt, vergetend dat hij niets te vrezen heeft en dat hij nog eindeloos naar rechts kan gaan bij gratie van mede zelf opgefokte antimigratiesentimenten. In afwachting van de realisatie van elk van de zeventig-min-vijf punten zal er flink worden aangekondigd, met als ondubbelzinnige boodschap het problematiseren van nieuwkomers. Komt een maatregel er niet? Die likes op X en Facebook pakken ze hem niet meer af en dan is hij vast het slachtoffer van die vieze rechters met hun rechtstatelijke principes. Dan kan hij zeggen er alles aan te hebben gedaan, hij wel. En dat hij moe is van de strijd. In de comments laat hij zich complimenteren door zijn volgers die vragen om verder te werken. En martelaar Francken zal blijkens een volgende post verder werken. Vastberadener dan ooit. Vuistje. Delen mag. Prettige dag nog.

Dit vijf jaar lang. En dan moeten we onszelf er actief aan herinneren dat Francken geen minister van migratie is, maar iets gaat doen met tanks en wapens in een geopolitiek netelige context.  

Matthias Vangenechten

Overzicht: dit is de nieuwe federale regering

Een belangrijke vraag is wie de ministers worden in de regering-De Wever. Wij kunnen de eerste namen onthullen.

(c) Wikimedia Commons

Theo Francken: minister van Aanval is de beste verdediging en Oorlogspreventiepreventie

Onversaagd zet hij de boel op scherp. Gooit hij vuur bij de olie op het vuur. Maar nooit zonder reden: altijd voor de likes op Facebook en X. Dat is Theo.

Georges-Louis Bouchez: minister van Diplomatieke Zaken en Effectieve Dialoogbevordering

Het is essentieel dat de regeringslieden met elk hun verschillende achtergrond op goede voet met elkaar staan. Wanneer er brokken moeten worden gelijmd, treedt Georges-Louis op de voorgrond. Anders mogelijk ook.

Radja Nainggolan: minister van Diplomatieke Betrekkingen met de Onderwereld

Voorheen: minister van Justitie. Om grip te krijgen op de criminele milieus stelt De Wever een minister aan die het wereldje een beetje kent en die gemakkelijk met iedereen door één deur kan. Desnoods de deur van een container in de Antwerpse haven.

Stijn Baert: minister van Sfeerbestrijding, Peuteractivering en Op de kleintjes letten behalve de grote vermogens want die hebben geen kleintjes

Voorheen: minister van Begroting. Geen verdere uitleg nodig.

Charles Michel: staatssecretaris van Tewerkstelling voor zichzelf

Elke job erbij telt. Handen uit de mouwen! Om het goede voorbeeld te geven, heeft Charles Michel alvast een job gecreëerd: staatssecretaris van Tewerkstelling voor zichzelf.

Mia Doornaert: minister van Trump is de kwaadste niet

Voorheen: minister van Buitenlandse Zaken. Er zitten ook vrouwen in deze regering, jazeker. Doornaert houdt de banden warm met oligarchieën zoals de Verenigde Staten. Opgelet: hier rijst mogelijk een bevoegdheidsconflict met de minister van Diplomatieke Betrekkingen met de Onderwereld.

Nicole De Moor: staatssecretaris van Ongewenst volk en Grootstedelijke tentenkampen

Voorheen: staatssecretaris voor Asiel en Migratie. De staatssecretaristitel sluit nu beter aan bij de functieomschrijving, maar verder verandert er niets.

Conner Rousseau: staatssecretaris regen Racisme (echt wel) en voor Het mag ook weleens gezegd worden want amai

Amai ja.

Jean Marie Dedecker: minister met Emotionele intelligentie en Empathische zorgzaamheid

Om niet onmiddellijk de indruk te wekken van een kille, hardvochtige rechtse regering, maakte Vooruit er een breekpunt van om een minister te hebben die domeinoverschrijdend toekijkt op de empathie en de emotionele intelligentie in de communicatie van al de regeringslieden. Er was al snel consensus dat deze taak het best kan worden ingevuld door een onafhankelijke.

Rik Torfs: minister voor de Bestrijding van giftige en met vals cynisme bedekte retoriek en voor de Bestrijding van al de zwakkelingen met hun leefloontje die profiteren op kap van de hardwerkende Vlaming

Voorheen: minister van Gelijke Kansen en Sociale Zaken. Men verwacht geen merkwaardige verschillen.

? : staatssecretaris van Onbelangrijke Zaken, Irrelevante Zaken en Zaken die er werkelijk niet toe doen

Voorheen: minister van Klimaat, Leefmilieu en Ontwikkelingssamenwerking. Niet van belang wie deze post betrekt.

7. Noodcolumn

Door omstandigheden die op zichzelf geen column waard zijn, had ik de afgelopen dagen geen tijd om er een te schrijven. Toch betekent dat niet dat ik u in de steek laat. De noodcolumn bewijst wederom haar diensten. De noodcolumn is een column die de columnist uit zijn lade haalt wanneer hij geen zin, tijd of inspiratie heeft en wie nu en dan een krantencolumn leest, weet dat minimaal een van de drie aspecten in de meeste gevallen aanwezig is.

Een goede noodcolumn is zo actueel als de laatste persbureauberichten, kan met andere woorden niet op een ander moment worden gepubliceerd en is dus niet te identificeren als noodcolumn. Ik meen de lezer hoofdschuddend te horen denken dat dit onmogelijk is. Je kunt niet weken op voorhand weten wat er staat te gebeuren. En als je dan bij toeval een noodcolumn over een actueel thema klaar hebt, dan lukt het onmogelijk om precies in te spelen op de gebeurlijke feiten en omstandigheden.

Twee dingen. Het is ten eerste belangrijk om noodcolumns over een breed scala aan onderwerpen klaar te hebben liggen. Zo heb ik noodcolumns over gebruikelijke onderwerpen als de kwetsbaarheid voor cyberaanvallen in de Spaanse Nederlanden, het paarseizoen van de egel en de Russische invloeden in Transnistrië, maar ook over nichethematieken als Tom Waes en Radja Nainggolan. Ten tweede vormt het schrijven van een noodcolumn een technisch kunststukje waar de begaafde columnist zich onderscheidt van de modale soortgenoten. Het is namelijk van belang om de column te schrijven, maar her en der, uiteraard op de juiste plaatsen, openingen te laten die vlak voor publicatie worden ingevuld, een werkje dat dan nog hoogstens vijf minuten in beslag neemt. Een concept-noodcolumn als het ware.

Laat ik de vorige mogelijk abstract klinkende alinea illustreren aan de hand van een noodcolumn die nog hoogstens vijf minuten bewerkingstijd behoeft. De column gaat over een thematiek die nog maar tot weinig originele columns heeft geleid en in die zin een beetje stiefmoederlijk wordt behandeld: de binnenlandse politiek. De titel is ‘politieke verantwoordelijkheid’.

Politieke verantwoordelijkheid

Er is nog altijd geen akkoord. Hoe kan dat toch? Er komt maar best snel een akkoord. Er is niet alleen de economische realiteit en het nijpende begrotingstekort, ook is dit een erg kwalijke zaak voor het al niet al te fraaie blazoen van de politiek. Als columnist heb ik altijd gezegd dat [columnist zet eigen visionaire karakter in de verf]. Dat het echter in deze extreme vorm deze kant zou uitgaan, had ik zelfs niet durven denken.

Voor het vertrouwen in de politiek is het belangrijk dat de politici samen gaan zitten aan tafel en water bij de wijn doen. Zijn de politici van deze tijd daar nog wel in staat toe? Sociale media hebben de politiek veranderd, maar is het niet aan de politiek om hier boven te staan? Zo was er afgelopen week het bericht op X/Instagram van [concreet voorbeeld van een optreden van een politicus op sociale media, wellicht Theo Francken of Conner Rousseau, maar iemand anders mag ook, uiteraard liefst niet de politicus die je af en toe de laatste nieuwtjes influistert].

Het is tijd dat de politici over hun schaduw heen stappen. Zonder het verleden te willen romantiseren: vroeger sloot men zich op in een kasteel en kwam men pas buiten als er een akkoord was. [verwijzing naar een begraven politicus met algemeen toegedichte staatsmanallures, het liefst Jean-Luc Dehaene] Het probleem is ook dat de politici elkaar niet vertrouwen wat betekent dat ze elkaar wantrouwen met als gevolg dat ze het moeilijk eens geraken. Dat is een probleem als je een akkoord wilt bereiken.

In de wandelgangen wordt gefluisterd dat het akkoord [onder andere X en Y] bevat. Het is maar zeer de vraag of dit soort compromissen het vertrouwen in de politiek herstellen. Dit is niet wat de kiezer heeft gevraagd en speelt alleen maar verder in de kaart van de extremen. Op de huidige generatie politici rust wat dit betreft een verpletterende verantwoordelijkheid. De geschiedenis zal ongenadig zijn over deze tijd. Wil de politicus met een beetje moed dan nu opstaan?

U merkt: het valt niet op dat het een noodcolumn is en de noodcolumn is ook nog eens multi-inzetbaar. Even perfect te gebruiken bij een regeringscrisis als bij een regeringsvormingscrisis.

Matthias Vangenechten

6. Eindelijk: een column over Trump

Nee, ik ga niet op de loop voor mijn verantwoordelijkheid. Er moet dringend iemand een column schrijven over Trump. Ik ga te snel: Trump heet Donald met de voornaam en is de nieuwe president van de Verenigde Staten. Ik moet u meteen tegenspreken dat dit van onooglijk belang is. Of het toeval is, laat ik in het midden (vast wel), maar sinds Trump president is, heeft hij een pak nieuwe vrienden. Sommige van die vrienden zijn rijk, andere van die vrienden zijn rijk en bezitten sociale media. Vrienden zouden vrienden niet zijn, mochten ze er niet alles aan doen om Trump het naar zijn zin te maken. Het zijn deze vrienden die bepalen welke berichten u wel of niet te zien krijgt in uw feed op sociale media waar deze column wordt verspreid. Het spreekt voor zich dat het geen goede vrienden zijn, mochten ze niet elk kwaad woord over Trump van hun kanalen bannen. Om de verspreiding van deze column in goede banen te leiden, komt het er dus op aan om me in de gunst te schrijven van Trump en zijn nieuwe vrienden.

Al bij al denk ik dat de impact op mijn columns zal meevallen, mits het hanteren van enkele eenvoudige stelregels. Sommige dingen kan ik gewoon niet meer schrijven. Dat is alles.

– Ik kan niet meer schrijven dat oligarchieën gevaarlijk zijn. Toch hoef ik me niet beknot te voelen in mijn expressievrijheid, nu ik nog wel kan schrijven dat democratische principes gevaarlijk zijn. Waarom vermeld ik dit zelfs? Het is uiteindelijk maar twee woordjes verschil.

– Ik kan niet meer schrijven dat vrije journalistiek essentieel is in een democratie. In de plaats hiervan schrijf ik dat een democratie niet essentieel is, laat staan dat kritische journalisten en columnisten een andere plaats hebben dan een donkere en veel te kleine gevangeniscel.

– Ik kan niet meer schrijven dat ik opkom voor collega-columnisten wanneer ze worden geïntimideerd voor een zuchtje tegenspraak. Ik noem hen verraders die hun ziel hebben verkocht aan hun principiële gutmenscherigheid.

– Ik kan niet meer schrijven dat de rechten van minderheden moeten worden beschermd. Gelukkig kan ik als blanke man wel columns schrijven waarin ik beschrijf hoe fatbikers en andere minderheden in de maatschappij mij het leven onmogelijk maken en prijs Trump dat hij voor mij opkomt. Ergens in deze column, misschien in de titel al, laat ik de woorden ‘woke’ en ‘waanzin’ vallen.

– Ik kan niet meer schrijven dat wetenschappelijke kennis een belangrijk houvast vormt in een gezonde samenleving, net zoals ik niet kan schrijven dat persvrijheid, mensenrechten, onafhankelijke rechters en geen staatsgrepen plegen bij een ongunstige verkiezingsuitslag essentieel zijn. In de plaats schrijf ik dat links andere minder gevaarlijke hobby’s moet zoeken.

– Ik kan niet meer schrijven dat Panama van Panama is (dat valt me eerlijk gezegd zwaarder dan ik had gedacht).

– Ik kan niet schrijven dat Trump wel zal meevallen. Dat wekt de suggestie dat ik met een bibberend hartje naar zijn nieuwe ambtstermijn kijk. Ik maak evenmin de fout naar de checks and balances te verwijzen ter geruststelling, want die vertragen de boel voor Trump, Musk en hun brede vriendenkring nodeloos en zouden beter per direct worden afgeschaft.

– Ik kan niet meer schrijven dat vrienden van Trump met fascistische ideeën een nazigroet brengen. Ik kan wel schrijven dat links eens moet ophouden met dat politiek-correct gezeik over symboliek.

– Ik kan niet meer schrijven, mocht dat al ooit in me opkomen, dat Trump een liegende en narcistische bullebak is die uit winstbejag over lijken gaat. Ik dank Trump zonder voorbehoud voor zijn inspirerende meedogenloze strijd tegen alle democratische grondbeginselen en voor zijn standvastig principieel opportunisme, voor zijn innemende persoonlijkheid en zijn fijnbesnaarde omgang met mensen in het algemeen en vrouwen in het bijzonder en natuurlijk voor al de kansen die hij de EU biedt om eindelijk de eigen broek op te houden.

Ik zeg het nogmaals helder en luid: in deze column is er geen plaats voor een onvriendelijk woord over Trump. Dat is een kwestie van principes.

5. Het is wat het is: een column over bosbranden

Ik gaf mezelf de opdracht om een column te schrijven over de bosbranden in Californië. U weet: een columnist moet van alle markten thuis zijn, dus zeker over de volgens Wikipedia bekendste vorm van natuurbrand, omdat het volgens Wikipedia de heftigste en meest zichtbare vorm is. Om te beginnen wil ik u in alle open- en kwetsbaarheid een kleine verantwoording geven waarom dit toch niet zo vlot ging als gedacht.

Ten eerste ben ik geen klimaatexpert, evenmin bezit ik kennis over de verspreiding en de preventie van bosbranden. Mijn meteorologische kennis is beperkt tot isobaren (Of waren het isotonen?). Ik heb me uiteraard ingelezen, de Sint Ana-winden hebben al hun geheimen prijsgegeven en dat de cocktail van een vonkje, droge natuur en krachtige winden tot problemen zou leiden, kan ik nu met veel aplomb verkondigen, maar om er nu een spitante of tegendraadse mening over te verzinnen, gaat me wat te ver. De wetenschap is de wetenschap. Daar ga ik niet tegenin. Om toch nog iets uit de brand te slepen, zou ik eraan kunnen toevoegen dat hoogstens een president van Amerika hiermee zou wegkomen.

Ten tweede bieden de bosbranden de gelegenheid het een keertje te hebben over een fenomeen dat zich afspeelt in de marge van onze denkwereld: de klimaatcrisis. Ze zouden een vanzelfsprekende aanleiding zijn om eraan te herinneren dat in 2024 voor het eerst de grens van 1,5 graden opwarming in een kalenderjaar is overschreden. Aangezien we banger zijn van de mensen die waarschuwen voor klimaatrampen dan de klimaatrampen zelf en ik niet wil dat u bang van me bent, schrap ik ook deze optie.

Ten derde kan ik ook niet schrijven dat ik al eens in Californië ben geweest. Mocht dat wel zo zijn, had u me allang zien opduiken in een tv-studio als Californië-expert om er met al mijn kennis van de lokale stratenplannen de situatie te duiden. Het zou wel goed zijn voor mijn schrijversgeloofwaardigheid. U moet er maar eens op letten wanneer u een boekachterflap erbij neemt: na hun naam schijnt de meest typerende eigenschap van auteurs tegenwoordig hun woonplaats. X is schrijver. Hij woont in New York. Soms Parijs. Een enkeling in Genua. Maar nooit Zwevezele of Zwolle.

Ten vierde en ten slotte blijkt er niets anders op te zitten dan te grijpen naar het ultieme redmiddel: de hypocrisie blootleggen. Zou de berichtgeving al die aandacht schenken aan de bosbranden mochten ze niet in de achtertuin plaatsvinden van een stoet filmsterren en bekende miljonairs? Dat zou ik dan uiteraard met veel empathie schrijven. Ik zou ook beklemtonen dit met veel empathie te schrijven. We zitten inmiddels met bijna drieduizend miljardairs opgescheept en dat aantal groeit, dus is de kans ook groter dat ze getroffen worden door bosbranden. 25 jaar geleden waren er dat nog 200. Opgescheept, je hebt er maar eentje nodig met een fragiel ego en een sociaalnetwerkwebsiteje om vrije verkiezingen in Europese democratieën op de tocht te zetten (Zo slaag ik er toch nog in om een maatschappelijk punt te maken.).

Geen denken aan dat je mij het leed van beroemdheden hoort relativeren. Verzekeraars die anders een bijzondere bekwaamheid tentoonspreiden in het munt slaan uit dieptreurige calamiteiten, trekken hun handen af van de dure huizen. Ik kan wel schrijven dat het erg is dat er over andere zaken niet wordt geschreven. Maar let op, ook dat zou ik dan uiteraard met veel empathie schrijven. Ik zou ook hier beklemtonen dit met veel empathie te schrijven. Door nog een onvolledig lijstje toe te voegen van het leed waar niemand het over heeft (oorlog in Myanmar (laatst veertig doden bij een luchtaanval, twintig miljoen mensen hebben nood aan humanitaire hulp), twee jaar oorlog in Soedan (bij de laatste tellingen twaalf miljoen mensen op de vlucht, de VN schat dat 3,2 miljoen kinderen onder de 5 jaar in 2025 er met acute ondervoeding te kampen krijgen), aardbeving te Tibet (meer dan honderd doden), tien jaar oorlog in Jemen (aantal doden: gestopt met tellen)), zou mijn punt vanzelf duidelijk worden.

Matthias Vangenechten (woont in Vremde)

4. Gelukkig zijn onze BV’s wel helden

Terwijl onze samenleving werkelijkheidsontkennend broederlijk collectief op zichzelf terugplooit, zijn we gelukkig wel gezegend met heldhaftige BV’s. Ik weet niet waaraan wij hen hebben verdiend en ik bied een beetje ongemakkelijk mijn excuses aan dat ze het slechts met ons moeten stellen. Zandhappen bij zestig graden in Namibië, gespiesd worden door een fris briesje bij min zestig graden in Groenland, de Kilimanjaro, op een stuk drijfhout dobberen op de oceaan, botsarborbeerders testen ter hoogte van de Kennedytunnel, zelfs urenlang in hetzelfde gebouw als Eric Goens vertoeven: voor onze BV’s is geen kwelling te zwaar. Mochten we het Belgische leger volledig bevolken met BV’s, zou zelfs Jonathan Holslag een bijna-optimistische toon aanslaan in een van zijn essays die hij dagelijks vanuit zijn burgemeesterskanseltje dicteert.

De angst neemt het van me over bij de gedachte dat onze BV’s ons zouden verlaten. Toegegeven, het is uiterst minimaal deze verdienste, maar we hebben ze wat er ook gebeurde alle kansen gegeven. We komen immers van ver. Ooit keken we op naar Ruben Van Gucht die de hele Ronde van Vlaanderen fietste. Dat hij dat kon en durfde, zich een hele dag laten filmen in een driekwartsbroek. Nu beseffen we dat dit geen kunst was. Nu gaan BV’s op zoek naar zichzelf en willen ze ontsnappen aan de waan van de dag en we weten allemaal dat dit maar op één manier kan: door bij zestig graden in de woestijn een gewicht voort te duwen waar een wedstrijdfitte Sisyphus niet aan begint, als toemaatje op de hielen gezeten door een troep leeuwen die zich een week hebben uitgehongerd.

Laat dit niet stoppen. Laat dit een begin zijn. Er is echter een probleem. Het gevaar is niet dat wij als kijker afhaken, wel dat de opdrachten die in onze belevingswereld beproevingen zijn onze BV’s niet in staat stellen om zichzelf tegen te komen. Inderdaad, deze formats zijn voor onze BV’s niet uitdagend genoeg. Zij worden gedwongen zwaar onder hun kunnen te presteren en dus wisselen ze huilbuien en diepe emotionele ontboezemingen in geënsceneerd rap tempo af. Want wat komen ze zichzelf lelijk tegen!

Beste programmamakers, het is alle hens aan dek. Voor ons, trouwe fans die zich gedwee en ook een tikkeltje gegeneerd een spiegel laten voorhouden door onze BV’s. En voor onze BV’s, die hun me-timemomentje nodig hebben bij maximaal min zestig of minimaal zestig graden. Daarom doe ik in ons aller belang u enkele formatideeën van de hand waarin onze BV’s hun limieten wel kunnen ontdekken. U doet ermee wat u wilt.

– Acht BV’s krijgen een stukje grond op de Westelijke Jordaanoever (Palestijns grondgebied). Wat leuk, ze krijgen een Israëlische buur. En nog één. En er komen er nog veel meer en ze willen het stukje grond van onze BV’s. Wat schattig, ze hebben zelfs tanks. Kunnen onze BV’s om met deze dreiging? Kortom, je weet nooit wat er gaat gebeuren. Dat maakt het format lekker authentiek.

– Het is avondspits. Het miezert al een hele dag. Tien BV’s durven het aan om (Pardon, nog negen. Er was er eentje al vertrokken met alle gevolgen van dien.) de Lange Leemstraat van start tot finish te fietsen en in de onwaarschijnlijke hypothese dit nog mogelijk is ook terug.

–  Hoe zou de dagelijkse realiteit zijn van een gemiddeld voor driekwart uitgemoord gezin in Soedan op de vlucht voor hun leven? Een maand lang stappen zeven BV’s (Dus ook andere BV’s dan Astrid Bryan en Natalia.) in Soedan uit de westerse ratrace en gaan er op zoek naar zichzelf en schoon water en al snel ook naar medicijnen tegen cholera.

– Twaalf BV’s meten zich een kleurtje aan en doen mee aan een studentendoop in het Leuvense. De BV’s die het einde halen (Er doen er zekerheidshalve twaalf mee en geen acht of tien), mogen in de seizoensfinale raden welke bullebak later welke overbetaalde functie krijgt. Schachtentemmer van dienst is Acid.

– Te gast zijn in een show van James Cooke.

(Dat laatste is een grapje, ik ben geen sadist.)

Matthias Vangenechten