Gennez: ‘Niemand snapt verdwijnen M HKA, dus geslaagde moderne kunst’

door The Vremde Mirror

Dat er niemand begrijpt dat het M HKA zijn statuut van museum verliest, is volgens Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez net de bedoeling. ‘Mocht iemand het wel begrijpen, zou het geen moderne kunst zijn. Het M HKA verdwijnt overigens niet, het wordt alleen conceptueel onzichtbaar.’

(c) Wikimedia Commons

‘Baanbrekende kunst lokt nu eenmaal controverse uit’, reageert Gennez op ‘De Verdwijning van het M HKA’ (2025). ‘Het kunstwerk situeert zich op het kruispunt van diepe performatieve symboliek, abstracte bestuurlijke patronen en politieke onkunde. De verwarring kun je de makers niet verwijten. Dat niemand het begrijpt, maakt net dat het moderne kunst is. We mogen trots zijn dat dit meesterwerk in Vlaamse handen is.’

‘De kracht van het werk zit in het feit dat iedereen er iets anders in ziet’, beseft Gennez. ‘Zelf zie ik een gelaagde ode aan de vergankelijkheid die zich veruitwendigt in een meerstemmige dialoog tussen materiële lichamen en de etherische beleidsmatige immaterialiteit. Anderen zien er een museum in dat wordt wegbezuinigd, terwijl ik zou zeggen dat het conceptueel onzichtbaar wordt. Nog anderen zien er werkloosheid en armoede in.’

‘We moeten beseffen dat zulk sterk staaltje administratief-performatieve esthetiek veel voorbereiding vergt’, aldus Gennez. ‘Het symboliseert de moeilijke acceptatie dat we deel zijn van een groter geheel buiten ons bewustzijn. Een gebouw neerpoten, de werking van het museum financieren, de kunstenaars die dachten dat het om hun kunst ging, de bezoekers die dachten dat ze naar kunst gingen kijken van deze kunstenaars … Eigenlijk waren we deel van een decennialang zorgvuldig gepland performatief werk dat pas na de sluiting van het museum zijn definitieve vorm krijgt.’

‘Toch beroert het daarom niet alleen zo’, vermoedt Gennez. ‘Waarom nog? Omdat het niet alleen over de verdwijning gaat, maar ook over de ongrijpbare manier waarop. Dat laat zien dat de makers werkelijk aan alles hebben gedacht.’