The Vremde Mirror

Het enige betrouwbare medium uit Vremde buiten paragnostische Agnes

Ibrahim geeft toe: ‘Taart gegeten op dag aanslagen’

Ibrahim is er gloeiend bij. Na lange tijd de feiten te hebben ontkend, is hij overgegaan tot bekentenissen. ‘Ja, ik heb een klein stukje taart gegeten op 22 maart.’

jambon2

Wekenlang hield hij de speurders voor dat er pizza’s zaten in de stapels lege dozen in zijn loft in Molenbeek, maar die wilden Ibrahim niet geloven.

‘Terecht zo blijkt nu,’ aldus minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). ‘Het waren doorzichtige pogingen om dit vergrijp te minimaliseren, want bij een huiszoeking werden er ook slingers, confetti en hoedjes in beslag genomen.’

De bewijsvoering tegen Ibrahim is niet min. ‘Vrienden en familie kregen reeds van een week tevoren een uitnodiging in de bus om een stuk taart bij Ibrahim te komen eten op 22 maart. Die kwamen ook nog eens allemaal opdagen. Dit bewijst dat Ibrahim zeer goed op de hoogte was van de aanslagen, hoe sterk zijn netwerk is en het hier geen fait divers maar een structureel probleem betreft.’

Ibrahim verdedigt zich door te verklaren dat hij de terroristen niet wilde laten winnen en daarom met familie en kennissen taart at.

Een slap excuus oordeelt Jambon. ‘Hij kiest zijn woorden zeer zorgvuldig uit. Dat is verdacht en verklaart ook meteen waarom hij geen politicus is maar een ordinaire feestvierende moslim.’

Volgens de minister was deze provocatie het resultaat van een jarenlange minutieuze voorbereiding. Het was al de 23ste keer dat Ibrahim (23) feestvierde op 22 maart.

Ivo viert aanslagen al jaren thuis: ‘Geen zin in gedoe’

Ivo (68) denkt er niet aan om aanslagen op straat te vieren. ‘Nooit van mijn leven. Dan krijg ik nog liever een spuitje. Wat is er mis met de huiselijke sfeer?’

champagne

‘Hapje, drankje en genieten van de aangepaste programmering op televisie. Nooit problemen, altijd gezelligheid.’

Nee, poespas is niet aan Ivo besteed. ‘Je moet zoiets niet ingewikkelder maken dan het is. Thuis heb je alles. Er kan al eens gedanst en gedronken worden, maar wanneer het te uitbundig wordt is er altijd die sociale controle.’

Hij betreurt sommige evoluties. ‘Mensen feesten maar om te feesten zonder te weten waarom ze feesten. Het moet de tijdsgeest zijn. Op straat komen, wat heb je daaraan? Dat is toch om overlast te veroorzaken en amok te maken? Niet iedereen zal dit even graag horen, maar je moet die dingen durven benoemen.’

‘Niet zo lang geleden, geweldig feestje. Komt er een tractor heftig toeterend voorbij. Er zijn altijd mensen die alle aandacht naar zich toe willen zuigen, maar ik probeer mijn avond daardoor niet te laten vergallen.’

Voor velen heeft het vieren van aanslagen een wrange ondertoon, sommigen vinden dit zelfs respectloos. Ivo heeft geen boodschap aan politiek correcte zuurpruimen: ‘Zoals vroeger wordt het nooit meer. Maar je kunt miljoenen mensen deze mooie traditie niet van de ene dag op de andere ontnemen.’