Rousseau wil verbod op sociale media tot 15 jaar: ‘Kinderen beschermen tegen oppervlakkige politieke communicatie’

Vooruit-voorzitter Conner Rousseau wil dat kinderen tot hun vijftiende geen gebruik mogen maken van sociale media. Volgens Rousseau is dat nodig om kinderen te beschermen tegen de grote hoeveelheden oppervlakkige politieke communicatie die sociale media vervuilen.

(c) Wikimedia Commons

Rousseau schetst het probleem: ‘We beseffen niet hoe vaak kinderen, zelfs jonge kinderen, op een dag online in contact komen met politieke boodschappen die poepsimpel klinken, maar in de praktijk onuitvoerbaar of ineffectief zijn en vaak zelfs de combinatie van de twee. Hebben we er al eens bij stilgestaan wat dat met die jonge hersenen doet?’

‘Kinderen worden bedolven onder de TikTokfilmpjes waarin politici de hemel beloven’, waarschuwt Rousseau. ‘Nog gezwegen van de oppervlakkige Instagramstory’s waarin ze de complexiteit van de wereld vatten in een goed klinkende oneliner of een cringe gezichtsexpressie. Onder ons gezegd en gezwegen: dat kan iedereen. Maar als ze in De Afspraak komen, vallen ze door de mand.’

Rousseau maakt zich niet alleen zorgen over de geestelijke ontwikkeling van kinderen. ‘De politieke content op sociale media geeft hen ook een vertekend beeld van politiek. Zo krijgen ze de indruk dat elke knul die een beetje behendig is met emoji’s voorzitter van een partij kan worden.’

Experts vinden zo’n verbod geen goed idee. ‘Kinderen komen vroeg of laat op sociale media in contact met dwaze politieke boodschappen. Ze komen bovendien niet alleen op sociale media stupide politieke berichten tegen. Het is dus beter om hen hier geleidelijk aan te laten wennen. De vraag die we ons moeten stellen is hoe we kinderen hierop kunnen voorbereiden. En daarvoor kijken we ook naar de politiek.’

‘De politiek kan daar niet veel aan doen’, kaatst Rousseau de bal terug, die bij zijn standpunt blijft: ‘Kinderen zijn niet in staat om echt van fake te onderscheiden. Dat is een groot verschil met volwassenen. Die kiezen er bewust en met hun volle verstand voor om praatjesmakers, oproerkraaiers en charlatans te geloven.’