The Vremde Mirror

Werkelijker dan de werkelijkheid

8. Hoera, we hebben een regering!

We kunnen weer ademen, tenzij u een asielzoeker bent of geen werk hebt of langdurig ziek bent. We hebben een nieuwe federale regering. Door te lang te luisteren naar professionele commentatoren en duiders voor wie de loutere creatie van een regering een grotere obsessie was dan voor de onderhandelaars zelf (hun drie belangrijkste redenen: geloofwaardigheid van de politiek, ‘het heeft nu wel lang genoeg geduurd’, zo vaak hetzelfde moeten zeggen dat het zelfs hen begint op te vallen), zou je haast vergeten dat het voor sommige mensen levensbepalend is wat die regering concreet van plan is.

Al even interessant is het mensbeeld dat opstijgt uit de beleidsplannen en -prioriteiten. Aangezien een aantal regeringspartijen liever hun ziel zo omzwachteld mogelijk inruilen voor een beetje macht, raken visies, mensbeelden en intenties gemakkelijk verstikt in mistige ministerpraat. Gelukkig is daar aan gedacht door Theo Francken minister te maken. Geen plaats voor ondubbelzinnigheden bij hem. Het beleid zal betreffende eender wat het strengste ooit blijken, er zal vanalles worden aangepakt en als het niet wordt aangepakt, zal het worden opgekuist. Voor ethische bezwaren is er dan weinig plaats. Zolang het niet gaat over de meerwaardebelasting natuurlijk, die is immoreel en onethisch. Francken is niet de man die zich verliest in details. Op de kritiek van de vrouwelijke ondervertegenwoordiging, antwoordde Francken in Terzake dat hij, Theo Francken (ik gok eerder (m.)), er niet wakker van ligt dat er geen vrouw in het kernkabinet zit. Waar Trump de doodskist van satire is, mag Francken zich een verdienstelijke nagel noemen.

Wat alvast het strengste ooit zal zijn, is het asielbeleid. Kennelijk is er nog bewegingsruimte rechts van kinderen op straat laten slapen. Francken – niet de minister van migratie en daar zullen we ons deze legislatuur meermaals actief aan moeten herinneren – postte een zeventig-minus-vijf-puntenplan dat dit strengste asielbeleid ooit moet illustreren. Deze punten laten zich samenvatten als het straffen, in de weg zitten, eindeloos vermoeien, wantrouwen en stigmatiseren van mensen in maatschappelijk de minst benijdenswaardige positie. Op een speelplaats heet dit pesten, in de grotemensenpolitiek is het ferme daadkracht.

(Komt na ampel zoeken in geen van de zeventig-minus-vijf punten voor: een humaan perspectief voor mensen op de vlucht, een constructieve bijdrage om nieuwkomers zich gewenst te laten voelen en een beetje begrip en mededogen in het algemeen.)  

Nu kun je – bijvoorbeeld als coalitiepartner in de almaar fictievere veronderstelling dat er coalitiepartners zijn die hier maagkramp van krijgen – stilletjes negeren wat je hebt onderhandeld en al even stilletjes hopen dat het en cours de route wordt afgezwakt en als er je iets wordt gevraagd gemeenplaatsen bazelen over rechten en plichten, uiteraard zeggen dat je naar de mensen hebt geluisterd die de massamigratie (let op de neutrale woordkeuze) echt zat zijn nadat politici hen al jaren inlepelen dat minder migratie de oplossing is voor alle problemen waarvan mensen het bestaan niet wisten en inbedden in een groter verhaal dat allang geen antwoord meer is op de vraag.

Gelukkig is er zoals aangehaald aan gedacht om Theo Francken minister te maken. Geen plaats voor ondubbelzinnigheden bij hem. Nee, hij verhult geenszins waar het hem werkelijk om te doen is. Trots pakt hij ermee uit de pestkop van de klas te zijn. Hij viert zijn moed die nodig is om te trappen op wie op de grond ligt, vergetend dat hij niets te vrezen heeft en dat hij nog eindeloos naar rechts kan gaan bij gratie van mede zelf opgefokte antimigratiesentimenten. In afwachting van de realisatie van elk van de zeventig-min-vijf punten zal er flink worden aangekondigd, met als ondubbelzinnige boodschap het problematiseren van nieuwkomers. Komt een maatregel er niet? Die likes op X en Facebook pakken ze hem niet meer af en dan is hij vast het slachtoffer van die vieze rechters met hun rechtstatelijke principes. Dan kan hij zeggen er alles aan te hebben gedaan, hij wel. En dat hij moe is van de strijd. In de comments laat hij zich complimenteren door zijn volgers die vragen om verder te werken. En martelaar Francken zal blijkens een volgende post verder werken. Vastberadener dan ooit. Vuistje. Delen mag. Prettige dag nog.

Dit vijf jaar lang. En dan moeten we onszelf er actief aan herinneren dat Francken geen minister van migratie is, maar iets gaat doen met tanks en wapens in een geopolitiek netelige context.  

Matthias Vangenechten

Overzicht: dit is de nieuwe federale regering

Een belangrijke vraag is wie de ministers worden in de regering-De Wever. Wij kunnen de eerste namen onthullen.

(c) Wikimedia Commons

Theo Francken: minister van Aanval is de beste verdediging en Oorlogspreventiepreventie

Onversaagd zet hij de boel op scherp. Gooit hij vuur bij de olie op het vuur. Maar nooit zonder reden: altijd voor de likes op Facebook en X. Dat is Theo.

Georges-Louis Bouchez: minister van Diplomatieke Zaken en Effectieve Dialoogbevordering

Het is essentieel dat de regeringslieden met elk hun verschillende achtergrond op goede voet met elkaar staan. Wanneer er brokken moeten worden gelijmd, treedt Georges-Louis op de voorgrond. Anders mogelijk ook.

Radja Nainggolan: minister van Diplomatieke Betrekkingen met de Onderwereld

Voorheen: minister van Justitie. Om grip te krijgen op de criminele milieus stelt De Wever een minister aan die het wereldje een beetje kent en die gemakkelijk met iedereen door één deur kan. Desnoods de deur van een container in de Antwerpse haven.

Stijn Baert: minister van Sfeerbestrijding, Peuteractivering en Op de kleintjes letten behalve de grote vermogens want die hebben geen kleintjes

Voorheen: minister van Begroting. Geen verdere uitleg nodig.

Charles Michel: staatssecretaris van Tewerkstelling voor zichzelf

Elke job erbij telt. Handen uit de mouwen! Om het goede voorbeeld te geven, heeft Charles Michel alvast een job gecreëerd: staatssecretaris van Tewerkstelling voor zichzelf.

Mia Doornaert: minister van Trump is de kwaadste niet

Voorheen: minister van Buitenlandse Zaken. Er zitten ook vrouwen in deze regering, jazeker. Doornaert houdt de banden warm met oligarchieën zoals de Verenigde Staten. Opgelet: hier rijst mogelijk een bevoegdheidsconflict met de minister van Diplomatieke Betrekkingen met de Onderwereld.

Nicole De Moor: staatssecretaris van Ongewenst volk en Grootstedelijke tentenkampen

Voorheen: staatssecretaris voor Asiel en Migratie. De staatssecretaristitel sluit nu beter aan bij de functieomschrijving, maar verder verandert er niets.

Conner Rousseau: staatssecretaris regen Racisme (echt wel) en voor Het mag ook weleens gezegd worden want amai

Amai ja.

Jean Marie Dedecker: minister met Emotionele intelligentie en Empathische zorgzaamheid

Om niet onmiddellijk de indruk te wekken van een kille, hardvochtige rechtse regering, maakte Vooruit er een breekpunt van om een minister te hebben die domeinoverschrijdend toekijkt op de empathie en de emotionele intelligentie in de communicatie van al de regeringslieden. Er was al snel consensus dat deze taak het best kan worden ingevuld door een onafhankelijke.

Rik Torfs: minister voor de Bestrijding van giftige en met vals cynisme bedekte retoriek en voor de Bestrijding van al de zwakkelingen met hun leefloontje die profiteren op kap van de hardwerkende Vlaming

Voorheen: minister van Gelijke Kansen en Sociale Zaken. Men verwacht geen merkwaardige verschillen.

? : staatssecretaris van Onbelangrijke Zaken, Irrelevante Zaken en Zaken die er werkelijk niet toe doen

Voorheen: minister van Klimaat, Leefmilieu en Ontwikkelingssamenwerking. Niet van belang wie deze post betrekt.

7. Noodcolumn

Door omstandigheden die op zichzelf geen column waard zijn, had ik de afgelopen dagen geen tijd om er een te schrijven. Toch betekent dat niet dat ik u in de steek laat. De noodcolumn bewijst wederom haar diensten. De noodcolumn is een column die de columnist uit zijn lade haalt wanneer hij geen zin, tijd of inspiratie heeft en wie nu en dan een krantencolumn leest, weet dat minimaal een van de drie aspecten in de meeste gevallen aanwezig is.

Een goede noodcolumn is zo actueel als de laatste persbureauberichten, kan met andere woorden niet op een ander moment worden gepubliceerd en is dus niet te identificeren als noodcolumn. Ik meen de lezer hoofdschuddend te horen denken dat dit onmogelijk is. Je kunt niet weken op voorhand weten wat er staat te gebeuren. En als je dan bij toeval een noodcolumn over een actueel thema klaar hebt, dan lukt het onmogelijk om precies in te spelen op de gebeurlijke feiten en omstandigheden.

Twee dingen. Het is ten eerste belangrijk om noodcolumns over een breed scala aan onderwerpen klaar te hebben liggen. Zo heb ik noodcolumns over gebruikelijke onderwerpen als de kwetsbaarheid voor cyberaanvallen in de Spaanse Nederlanden, het paarseizoen van de egel en de Russische invloeden in Transnistrië, maar ook over nichethematieken als Tom Waes en Radja Nainggolan. Ten tweede vormt het schrijven van een noodcolumn een technisch kunststukje waar de begaafde columnist zich onderscheidt van de modale soortgenoten. Het is namelijk van belang om de column te schrijven, maar her en der, uiteraard op de juiste plaatsen, openingen te laten die vlak voor publicatie worden ingevuld, een werkje dat dan nog hoogstens vijf minuten in beslag neemt. Een concept-noodcolumn als het ware.

Laat ik de vorige mogelijk abstract klinkende alinea illustreren aan de hand van een noodcolumn die nog hoogstens vijf minuten bewerkingstijd behoeft. De column gaat over een thematiek die nog maar tot weinig originele columns heeft geleid en in die zin een beetje stiefmoederlijk wordt behandeld: de binnenlandse politiek. De titel is ‘politieke verantwoordelijkheid’.

Politieke verantwoordelijkheid

Er is nog altijd geen akkoord. Hoe kan dat toch? Er komt maar best snel een akkoord. Er is niet alleen de economische realiteit en het nijpende begrotingstekort, ook is dit een erg kwalijke zaak voor het al niet al te fraaie blazoen van de politiek. Als columnist heb ik altijd gezegd dat [columnist zet eigen visionaire karakter in de verf]. Dat het echter in deze extreme vorm deze kant zou uitgaan, had ik zelfs niet durven denken.

Voor het vertrouwen in de politiek is het belangrijk dat de politici samen gaan zitten aan tafel en water bij de wijn doen. Zijn de politici van deze tijd daar nog wel in staat toe? Sociale media hebben de politiek veranderd, maar is het niet aan de politiek om hier boven te staan? Zo was er afgelopen week het bericht op X/Instagram van [concreet voorbeeld van een optreden van een politicus op sociale media, wellicht Theo Francken of Conner Rousseau, maar iemand anders mag ook, uiteraard liefst niet de politicus die je af en toe de laatste nieuwtjes influistert].

Het is tijd dat de politici over hun schaduw heen stappen. Zonder het verleden te willen romantiseren: vroeger sloot men zich op in een kasteel en kwam men pas buiten als er een akkoord was. [verwijzing naar een begraven politicus met algemeen toegedichte staatsmanallures, het liefst Jean-Luc Dehaene] Het probleem is ook dat de politici elkaar niet vertrouwen wat betekent dat ze elkaar wantrouwen met als gevolg dat ze het moeilijk eens geraken. Dat is een probleem als je een akkoord wilt bereiken.

In de wandelgangen wordt gefluisterd dat het akkoord [onder andere X en Y] bevat. Het is maar zeer de vraag of dit soort compromissen het vertrouwen in de politiek herstellen. Dit is niet wat de kiezer heeft gevraagd en speelt alleen maar verder in de kaart van de extremen. Op de huidige generatie politici rust wat dit betreft een verpletterende verantwoordelijkheid. De geschiedenis zal ongenadig zijn over deze tijd. Wil de politicus met een beetje moed dan nu opstaan?

U merkt: het valt niet op dat het een noodcolumn is en de noodcolumn is ook nog eens multi-inzetbaar. Even perfect te gebruiken bij een regeringscrisis als bij een regeringsvormingscrisis.

Matthias Vangenechten

6. Eindelijk: een column over Trump

Nee, ik ga niet op de loop voor mijn verantwoordelijkheid. Er moet dringend iemand een column schrijven over Trump. Ik ga te snel: Trump heet Donald met de voornaam en is de nieuwe president van de Verenigde Staten. Ik moet u meteen tegenspreken dat dit van onooglijk belang is. Of het toeval is, laat ik in het midden (vast wel), maar sinds Trump president is, heeft hij een pak nieuwe vrienden. Sommige van die vrienden zijn rijk, andere van die vrienden zijn rijk en bezitten sociale media. Vrienden zouden vrienden niet zijn, mochten ze er niet alles aan doen om Trump het naar zijn zin te maken. Het zijn deze vrienden die bepalen welke berichten u wel of niet te zien krijgt in uw feed op sociale media waar deze column wordt verspreid. Het spreekt voor zich dat het geen goede vrienden zijn, mochten ze niet elk kwaad woord over Trump van hun kanalen bannen. Om de verspreiding van deze column in goede banen te leiden, komt het er dus op aan om me in de gunst te schrijven van Trump en zijn nieuwe vrienden.

Al bij al denk ik dat de impact op mijn columns zal meevallen, mits het hanteren van enkele eenvoudige stelregels. Sommige dingen kan ik gewoon niet meer schrijven. Dat is alles.

– Ik kan niet meer schrijven dat oligarchieën gevaarlijk zijn. Toch hoef ik me niet beknot te voelen in mijn expressievrijheid, nu ik nog wel kan schrijven dat democratische principes gevaarlijk zijn. Waarom vermeld ik dit zelfs? Het is uiteindelijk maar twee woordjes verschil.

– Ik kan niet meer schrijven dat vrije journalistiek essentieel is in een democratie. In de plaats hiervan schrijf ik dat een democratie niet essentieel is, laat staan dat kritische journalisten en columnisten een andere plaats hebben dan een donkere en veel te kleine gevangeniscel.

– Ik kan niet meer schrijven dat ik opkom voor collega-columnisten wanneer ze worden geïntimideerd voor een zuchtje tegenspraak. Ik noem hen verraders die hun ziel hebben verkocht aan hun principiële gutmenscherigheid.

– Ik kan niet meer schrijven dat de rechten van minderheden moeten worden beschermd. Gelukkig kan ik als blanke man wel columns schrijven waarin ik beschrijf hoe fatbikers en andere minderheden in de maatschappij mij het leven onmogelijk maken en prijs Trump dat hij voor mij opkomt. Ergens in deze column, misschien in de titel al, laat ik de woorden ‘woke’ en ‘waanzin’ vallen.

– Ik kan niet meer schrijven dat wetenschappelijke kennis een belangrijk houvast vormt in een gezonde samenleving, net zoals ik niet kan schrijven dat persvrijheid, mensenrechten, onafhankelijke rechters en geen staatsgrepen plegen bij een ongunstige verkiezingsuitslag essentieel zijn. In de plaats schrijf ik dat links andere minder gevaarlijke hobby’s moet zoeken.

– Ik kan niet meer schrijven dat Panama van Panama is (dat valt me eerlijk gezegd zwaarder dan ik had gedacht).

– Ik kan niet schrijven dat Trump wel zal meevallen. Dat wekt de suggestie dat ik met een bibberend hartje naar zijn nieuwe ambtstermijn kijk. Ik maak evenmin de fout naar de checks and balances te verwijzen ter geruststelling, want die vertragen de boel voor Trump, Musk en hun brede vriendenkring nodeloos en zouden beter per direct worden afgeschaft.

– Ik kan niet meer schrijven dat vrienden van Trump met fascistische ideeën een nazigroet brengen. Ik kan wel schrijven dat links eens moet ophouden met dat politiek-correct gezeik over symboliek.

– Ik kan niet meer schrijven, mocht dat al ooit in me opkomen, dat Trump een liegende en narcistische bullebak is die uit winstbejag over lijken gaat. Ik dank Trump zonder voorbehoud voor zijn inspirerende meedogenloze strijd tegen alle democratische grondbeginselen en voor zijn standvastig principieel opportunisme, voor zijn innemende persoonlijkheid en zijn fijnbesnaarde omgang met mensen in het algemeen en vrouwen in het bijzonder en natuurlijk voor al de kansen die hij de EU biedt om eindelijk de eigen broek op te houden.

Ik zeg het nogmaals helder en luid: in deze column is er geen plaats voor een onvriendelijk woord over Trump. Dat is een kwestie van principes.

5. Het is wat het is: een column over bosbranden

Ik gaf mezelf de opdracht om een column te schrijven over de bosbranden in Californië. U weet: een columnist moet van alle markten thuis zijn, dus zeker over de volgens Wikipedia bekendste vorm van natuurbrand, omdat het volgens Wikipedia de heftigste en meest zichtbare vorm is. Om te beginnen wil ik u in alle open- en kwetsbaarheid een kleine verantwoording geven waarom dit toch niet zo vlot ging als gedacht.

Ten eerste ben ik geen klimaatexpert, evenmin bezit ik kennis over de verspreiding en de preventie van bosbranden. Mijn meteorologische kennis is beperkt tot isobaren (Of waren het isotonen?). Ik heb me uiteraard ingelezen, de Sint Ana-winden hebben al hun geheimen prijsgegeven en dat de cocktail van een vonkje, droge natuur en krachtige winden tot problemen zou leiden, kan ik nu met veel aplomb verkondigen, maar om er nu een spitante of tegendraadse mening over te verzinnen, gaat me wat te ver. De wetenschap is de wetenschap. Daar ga ik niet tegenin. Om toch nog iets uit de brand te slepen, zou ik eraan kunnen toevoegen dat hoogstens een president van Amerika hiermee zou wegkomen.

Ten tweede bieden de bosbranden de gelegenheid het een keertje te hebben over een fenomeen dat zich afspeelt in de marge van onze denkwereld: de klimaatcrisis. Ze zouden een vanzelfsprekende aanleiding zijn om eraan te herinneren dat in 2024 voor het eerst de grens van 1,5 graden opwarming in een kalenderjaar is overschreden. Aangezien we banger zijn van de mensen die waarschuwen voor klimaatrampen dan de klimaatrampen zelf en ik niet wil dat u bang van me bent, schrap ik ook deze optie.

Ten derde kan ik ook niet schrijven dat ik al eens in Californië ben geweest. Mocht dat wel zo zijn, had u me allang zien opduiken in een tv-studio als Californië-expert om er met al mijn kennis van de lokale stratenplannen de situatie te duiden. Het zou wel goed zijn voor mijn schrijversgeloofwaardigheid. U moet er maar eens op letten wanneer u een boekachterflap erbij neemt: na hun naam schijnt de meest typerende eigenschap van auteurs tegenwoordig hun woonplaats. X is schrijver. Hij woont in New York. Soms Parijs. Een enkeling in Genua. Maar nooit Zwevezele of Zwolle.

Ten vierde en ten slotte blijkt er niets anders op te zitten dan te grijpen naar het ultieme redmiddel: de hypocrisie blootleggen. Zou de berichtgeving al die aandacht schenken aan de bosbranden mochten ze niet in de achtertuin plaatsvinden van een stoet filmsterren en bekende miljonairs? Dat zou ik dan uiteraard met veel empathie schrijven. Ik zou ook beklemtonen dit met veel empathie te schrijven. We zitten inmiddels met bijna drieduizend miljardairs opgescheept en dat aantal groeit, dus is de kans ook groter dat ze getroffen worden door bosbranden. 25 jaar geleden waren er dat nog 200. Opgescheept, je hebt er maar eentje nodig met een fragiel ego en een sociaalnetwerkwebsiteje om vrije verkiezingen in Europese democratieën op de tocht te zetten (Zo slaag ik er toch nog in om een maatschappelijk punt te maken.).

Geen denken aan dat je mij het leed van beroemdheden hoort relativeren. Verzekeraars die anders een bijzondere bekwaamheid tentoonspreiden in het munt slaan uit dieptreurige calamiteiten, trekken hun handen af van de dure huizen. Ik kan wel schrijven dat het erg is dat er over andere zaken niet wordt geschreven. Maar let op, ook dat zou ik dan uiteraard met veel empathie schrijven. Ik zou ook hier beklemtonen dit met veel empathie te schrijven. Door nog een onvolledig lijstje toe te voegen van het leed waar niemand het over heeft (oorlog in Myanmar (laatst veertig doden bij een luchtaanval, twintig miljoen mensen hebben nood aan humanitaire hulp), twee jaar oorlog in Soedan (bij de laatste tellingen twaalf miljoen mensen op de vlucht, de VN schat dat 3,2 miljoen kinderen onder de 5 jaar in 2025 er met acute ondervoeding te kampen krijgen), aardbeving te Tibet (meer dan honderd doden), tien jaar oorlog in Jemen (aantal doden: gestopt met tellen)), zou mijn punt vanzelf duidelijk worden.

Matthias Vangenechten (woont in Vremde)

4. Gelukkig zijn onze BV’s wel helden

Terwijl onze samenleving werkelijkheidsontkennend broederlijk collectief op zichzelf terugplooit, zijn we gelukkig wel gezegend met heldhaftige BV’s. Ik weet niet waaraan wij hen hebben verdiend en ik bied een beetje ongemakkelijk mijn excuses aan dat ze het slechts met ons moeten stellen. Zandhappen bij zestig graden in Namibië, gespiesd worden door een fris briesje bij min zestig graden in Groenland, de Kilimanjaro, op een stuk drijfhout dobberen op de oceaan, botsarborbeerders testen ter hoogte van de Kennedytunnel, zelfs urenlang in hetzelfde gebouw als Eric Goens vertoeven: voor onze BV’s is geen kwelling te zwaar. Mochten we het Belgische leger volledig bevolken met BV’s, zou zelfs Jonathan Holslag een bijna-optimistische toon aanslaan in een van zijn essays die hij dagelijks vanuit zijn burgemeesterskanseltje dicteert.

De angst neemt het van me over bij de gedachte dat onze BV’s ons zouden verlaten. Toegegeven, het is uiterst minimaal deze verdienste, maar we hebben ze wat er ook gebeurde alle kansen gegeven. We komen immers van ver. Ooit keken we op naar Ruben Van Gucht die de hele Ronde van Vlaanderen fietste. Dat hij dat kon en durfde, zich een hele dag laten filmen in een driekwartsbroek. Nu beseffen we dat dit geen kunst was. Nu gaan BV’s op zoek naar zichzelf en willen ze ontsnappen aan de waan van de dag en we weten allemaal dat dit maar op één manier kan: door bij zestig graden in de woestijn een gewicht voort te duwen waar een wedstrijdfitte Sisyphus niet aan begint, als toemaatje op de hielen gezeten door een troep leeuwen die zich een week hebben uitgehongerd.

Laat dit niet stoppen. Laat dit een begin zijn. Er is echter een probleem. Het gevaar is niet dat wij als kijker afhaken, wel dat de opdrachten die in onze belevingswereld beproevingen zijn onze BV’s niet in staat stellen om zichzelf tegen te komen. Inderdaad, deze formats zijn voor onze BV’s niet uitdagend genoeg. Zij worden gedwongen zwaar onder hun kunnen te presteren en dus wisselen ze huilbuien en diepe emotionele ontboezemingen in geënsceneerd rap tempo af. Want wat komen ze zichzelf lelijk tegen!

Beste programmamakers, het is alle hens aan dek. Voor ons, trouwe fans die zich gedwee en ook een tikkeltje gegeneerd een spiegel laten voorhouden door onze BV’s. En voor onze BV’s, die hun me-timemomentje nodig hebben bij maximaal min zestig of minimaal zestig graden. Daarom doe ik in ons aller belang u enkele formatideeën van de hand waarin onze BV’s hun limieten wel kunnen ontdekken. U doet ermee wat u wilt.

– Acht BV’s krijgen een stukje grond op de Westelijke Jordaanoever (Palestijns grondgebied). Wat leuk, ze krijgen een Israëlische buur. En nog één. En er komen er nog veel meer en ze willen het stukje grond van onze BV’s. Wat schattig, ze hebben zelfs tanks. Kunnen onze BV’s om met deze dreiging? Kortom, je weet nooit wat er gaat gebeuren. Dat maakt het format lekker authentiek.

– Het is avondspits. Het miezert al een hele dag. Tien BV’s durven het aan om (Pardon, nog negen. Er was er eentje al vertrokken met alle gevolgen van dien.) de Lange Leemstraat van start tot finish te fietsen en in de onwaarschijnlijke hypothese dit nog mogelijk is ook terug.

–  Hoe zou de dagelijkse realiteit zijn van een gemiddeld voor driekwart uitgemoord gezin in Soedan op de vlucht voor hun leven? Een maand lang stappen zeven BV’s (Dus ook andere BV’s dan Astrid Bryan en Natalia.) in Soedan uit de westerse ratrace en gaan er op zoek naar zichzelf en schoon water en al snel ook naar medicijnen tegen cholera.

– Twaalf BV’s meten zich een kleurtje aan en doen mee aan een studentendoop in het Leuvense. De BV’s die het einde halen (Er doen er zekerheidshalve twaalf mee en geen acht of tien), mogen in de seizoensfinale raden welke bullebak later welke overbetaalde functie krijgt. Schachtentemmer van dienst is Acid.

– Te gast zijn in een show van James Cooke.

(Dat laatste is een grapje, ik ben geen sadist.)

Matthias Vangenechten

3. Goede voornemens

Ter gelegenheid van mijn eerste columns ontving ik een brief van een vooralsnog trouwe lezer. (Ik heb niet echt een lezersbrief ontvangen, dat is gewoon een retorisch trucje om iets te zeggen wat je wilt zeggen, maar waar niet per se iemand acht op had geslagen en nu wel omdat je er zelf over begint.) Ik vat de brief goed samen door te schrijven dat de lezer vindt dat ik te zwartgallig ben. Een opbeurende toon zou mijn talent beter uit de verf laten komen. (Ik kan er ook niet aan doen dat de briefschrijver over mijn talent begint.) De lezer illustreert dit aan de hand van een van de spraakmakende passages in mijn columns: ik eindigde mijn laatste column namelijk met de voorspelling dat de mensheid er het loodje bij legt in december 2025. (Overigens een voorspelling waar ik nooit mee win, aangezien ik er alleen kan op worden aangesproken als ze fout is.) De lezer heeft gelijk. Daar had ik positiever kunnen zijn door het einde van de mensheid al in juni te voorspellen.

Ik zou het advies van de lezer ter harte kunnen nemen door bij wijze van goed voornemen voor 2025 te beloven een opgewektere toon aan te slaan in mijn columns. Is dat voornemen wel zo goed? Als columnist is het mijn taak om alle kanten van de actualiteit te belichten. Dus niet alleen de negatieve en de pessimistische, maar ook de ronduit donkere. Om de rest van deze column te vullen, schijnt het me een goed idee om een goed voornemen te ontwikkelen voor 2025. Een goed voornemen is realistisch, maar ook ambitieus. Mensen mogen niet de indruk krijgen dat je zomaar wat zegt, maar door elke dag een glas water te drinken dwing je geen respect af tenzij je in Gaza woont. Ieder zo een eigen smaak, maar honger uit de wereld helpen vind ik persoonlijk dan weer een mooi voornemen. Al stuit dit dan weer op logistieke obstakels en is het uiteindelijke welslagen moeilijk verifieerbaar waardoor je aan het eind van 2025 van die discussies krijgt waar je geen zin in hebt of je nu je woord hebt gehouden of niet.

Een beetje besluiteloos zoek ik de populairste goede voornemens op. Die blijken in deze volgorde te zijn: gezonder leven, stress verminderen en iets nieuws leren. Ik wist niet dat dit de drie populairste goede voornemens zijn (Zo heb ik meteen iets nieuws geleerd.), dat vermindert mijn stress omdat ik zo al een voornemen heb vervuld, wat goed is voor mijn gezondheid. Daar kom ik kortom niet veel verder mee.

In mijn zoektocht naar een goed voornemen word ik altijd gekweld door hetzelfde probleem: ofwel is het goede voornemen universeel relevant en praktisch haalbaar maar niet bijster origineel ofwel is het goede voornemen origineel maar onuitvoerbaar.

Een goed voornemen uit de eerste categorie kan zijn dat ik me een jaar lang alleen maar druk maak om dingen die er echt toedoen, waarbij mijn columns het wekelijkse bewijs vormen dat ik mijn goede voornemen ernstig neem. Zo had ik mezelf in de rest van deze column het vrijgeleide kunnen geven om me op gepaste wijze uit te drukken over voetgangers die vijf meter naast het zebrapad het fietspad opwandelen en dan driftig gesticuleren tegen fietsers die niet stoppen, terwijl ik me anders zou laten verleiden tot het schrijven van een column over de situatie in Soedan. (Ik wil u wel de vermoedelijke strekking van deze column onthullen: de situatie kan er beter.)

Een voornemen uit de tweede categorie: een veelgevraagd politiek analist worden die politici niet aanport snel een regering te vormen omdat de trage gang de extremen in de kaart speelt om wanneer er een regering is de compromisbereidheid niet te hekelen omdat die de extremen in de kaart speelt.

Een universeel relevant en praktisch haalbaar maar niet origineel of een origineel maar onuitvoerbaar goed voornemen? Ik kies voor een niet-origineel en nog minder uitvoerbaar: knopen doorhakken.

Matthias Vangenechten

2. Een te optimistische glazen bol

De VRT weet wat goed voor ons allen is. Daarom schrapt de VRT het jaaroverzicht. We zouden kunnen denken dat we met 2024 alle ellende achter de rug hebben, dat is evenwel buiten 2025 gerekend. Alle tekenen zijn gunstig. 2025 wordt nog rampzaliger dan 2024. Er was een tijd dat ik hierop maand per maand bij wijze van jaaroverzicht een fictieve opsomming van feiten formuleerde die zouden gebeuren in het nieuwe jaar, maar ondanks hun duidelijk overdreven aard de realiteit een spiegel voorhielden. Eigenlijk haal ik in deze column hetzelfde trucje uit, alleen staat alles nu echt te gebeuren en kunnen we hoogstens hopen dat het geen onderschatting van de werkelijkheid wordt.

Het begint al goed in januari. Trump verrast. Rik Torfs wordt geen minister in zijn regering. Te radicaal. Prettig nieuws voor Elon Musk die de schrijver van zijn berichten op X zo voltijds behoudt.

Februari oogt niet veel fraaier. De ultieme staakt-het-vurenonderhandelingen tussen Hamas en Israël draaien finaal op niets uit. Israël wordt ervan beschuldigd bewust de onderhandelingen te hebben gesaboteerd door zich te laten vertegenwoordigen door Georges-Louis Bouchez.

Maar dan moet maart nog komen. Een aflevering van De Afspraak met een zekere Marc Van Ranst, Erika Vlieghe, Geert Molenberghs en Steven Van Gucht. Een bijzondere aflevering aangezien ze niet samen aan tafel willen zitten, maar alle vier afzonderlijk een praatje doen. Botert het niet tussen hen? Benieuwd wat dat te betekenen heeft, maar veel kijkers vinden het verfrissend dat het eens niet over oorlog gaat.

April fleurt gelukkig op met een beetje positivisme. De klimaaturgentie dringt eindelijk door. Niet alleen komen alle regeringsleiders in de wereld overeen om de aarde met minstens 2°C op te laten warmen tegen 2050. Ook vervroegden ze de klimaattop die oorspronkelijk in december stond gepland. Tuvalu, de organisator van de top, kon niet verzekeren dan nog boven de zeespiegel te liggen.

In mei gaan we allen de afgrond in. Trump valt Rusland binnen, maar dacht dat het Groenland was. Eenmaal aanwezig in Rusland, blijft hij bij hoog en laag beweren Groenland te zijn binnengevallen en niet Rusland. Als dit niet Rusland is, maar Groenland, dan moet wat ik denk dat Groenland is Rusland zijn, beredeneert Poetin, die vervolgens Groenland inneemt. Aangezien Groenland deel is van NAVO-lidstaat Denemarken en een aanval op een van de NAVO-lidstaten wordt beschouwd als een aanval op allemaal, volgen er al snel bombardementen op Moskou. Dit gebeurt zonder de Verenigde Staten die zich uit de NAVO terugtrekken aangezien Trump Rusland niet wil aanvallen.

We zakken nog dieper in juni. België wordt getroffen door zware sociale onlusten nu zieken en gewonden sterven door een gebrek aan medisch personeel en een cyberaanval het land ook nog eens drie dagen platlegt. De partij Vlaams Belang wil de grenzen dicht zodat asielzoekers niet naar hun eigen land kunnen, maar hier blijven om de boel stutten. In Syrië staat er een nieuwe dictator op die we nu nog niet kennen met genocide als minst controversiële tijdverdrijf. De beurzen reageren enthousiast.

Juli en augustus zijn even miserabel. West-Europa wordt twee maanden geteisterd door hittegolven die record na record breken. De Kempen staan in lichterlaaie en het bluswater is op. Mocht u tot dusver wel voordelen zien, dan nog het volgende: ziekenhuizen liggen plat, mislukte oogsten, geplunderde winkels, de kusthoreca klaagt en de VRT trommelt Niels Destadsbader op om burgers te attenderen voldoende niet te drinken door zelf van een glas met een bodempje water te nippen omdat het water nu eenmaal op is. Destadsbader komt in het middelpunt van een storm te staan, omdat hij het filmpje dertig keer wou overdoen. Gelukkig kunnen in Vlaanderen de burgers rekenen op hun regering die niet laat betijen en komt met een klimaatplan getiteld ‘haalbaar, betaalbaar en extra snel gaar’.

September telt gelukkig maar dertig dagen. Dat is minder lang dan de Septemberverklaring van Vlaams minister-president Diependaele lijkt te duren. In tijden dat de straten van steden vollopen met mensen die door de opeenvolgende crisissen geen dak meer boven hun hoofd hebben, dat de zorgsector totaal is geëxplodeerd en er overal ter wereld verschillende oorlogen woeden waarbij er niemand nog scherp voor ogen heeft wie nu waar tegen wie aan het vechten is, staat die zoals verwacht geheel in het teken van begrotingsdiscipline.

Over oktober zwijgen we beter. Een aflevering van De Afspraak met als gasten Roger Housen, Stijn Baert, Rik Torfs en Theo Francken met als centrale thema dat een kernoorlog niet elke dag plezierig is, maar we moeten stoppen met naïef zijn. Een van de gasten merkt zelfs kansen voor de arbeidsmarkt op.

Sla november maar over.

December: een lichtpuntje. De mensheid haalt het einde van het jaar niet. De planeet kan opgelucht ademen. In België staan de federale regeringsonderhandelaars voor een cruciale week.

Israël wil Gaza niet meer inlijven: ‘Gebied te verwoest’

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zegt geen interesse meer te hebben in de Gazastrook. ‘Het hele gebied is het afgelopen jaar schokkend snel volstrekt onbruikbaar geworden.’

‘Ik begrijp nu beter waarom er geen filmploegen in de Gazastrook welkom zijn,’ vertelt Netanyahu. ‘Ik heb beelden gezien die me woedend en verdrietig maken. Het is ronduit schokkend hoe het gebied in iets meer dan een jaar compleet van de kaart is geveegd. Een grote puinhoop is het. Er staan nog nauwelijks huizen recht, straten liggen bezaaid met brokstukken en gehavende en ondervoede mensen leven op straat of schuilen in ruïnes.’

‘Ik zeg dit met ontzettend veel pijn in het hart, maar ik zie niet in hoe je nog iets moois van deze verwoesting kunt maken,’ gaat Netanyahu verder. ‘Gaza stond hoog op mijn verlanglijstje, maar het moet redelijk blijven. Toch geef ik het gebied niet zomaar op. Er is een tabula rasa nodig. We willen daarbij onze verantwoordelijkheid nemen en de Gazanen helpen door het gebied in versneld tempo helemaal plat te bombarderen zodat er zo snel mogelijk kan worden begonnen met een totale wederopbouw.’

Netanyahu is ook kritisch voor de Gazanen. ‘Dat zij niet meer zorg dragen voor dit prachtige stukje land, bewijst dat ze er niets te zoeken hebben. Het ligt politiek misschien wat gevoelig, maar ik denk dat er militaire controle van buitenaf nodig is.’

1. Een heel klein beetje oorlog

Het is er de tijd van het jaar voor. We zijn in oorlog. Je hoort politici zinnen beginnen dat ze uiteraard voor vrede zijn en eindigen met miljarden aan investeringen die zo zou je denken alleen maar dienstig kunnen zijn om een uiterst succesvol bloederig conflict te ontketenen op minimaal wereldschaal. Dat doen ze zonder zich wonderwel te verslikken in het uit hun mond druipend schuim dat tv-studio’s zelfs met rubberlaarzen niet betreedbaar maakt. Je moet er in het opinietheater maar eens op letten: het kan voor sommigen niet snel genoeg gaan.

Omdat ik er als de dood voor ben om naïef te worden bevonden door de zelfverklaarde realisten die zo nobel zijn om hun nietsvermoedende medeburgers uit hun slaap te schudden, ben ik klaar voor de oorlog. Beter gezegd: ik ben in oorlog. Ik marcheer nog net niet achter een vlag mijn graf in. Het meest risicovolle waarmee ik deze oorlogstijd tot dusver word geconfronteerd, is als fietser het fietspad delen met fatbikers. Ik ontken het niet: dat is ook heftig. Met in oorlog zijn bedoel ik mentaal voorbereid zijn. Mentaal voorbereid op wat? Heel eenvoudig. Oorlogstijd – en dan moet ik dus zeggen deze tijd – gaat doorgaans gepaard met enkele ongemakken. Wifiloze loopgraven, buren die elkaar verklikken voor andere zaken dan een illegaal aangelegd poolhouse en dan zie ik vast nog enkele kwesties over het hoofd zoals ontzettend veel mensen die voor niets doodgaan.

Het is in ons aller belang om aandachtig te luisteren naar wat generaals, defensiespecialisten, politici en jonathanholslagen te vertellen hebben. Het is goed dat ze er zijn. Het is dankzij hen dat ik voorbereid ben op de oorlog, pardon, al in oorlog ben. Zij waarschuwen niet zomaar. Zij hebben geen belangen bij de oorlogsindustrie, zij dromen er niet van soldaatje te spelen, zij vinden oorlog vies en kakigroene uniformen spuuglelijk, zij hebben als vaste talkshowgasten in tegenstelling tot de dolende massa geen oorlog nodig voor een zinvol levensdoel, zij vinden het niet fijn dat Trump aan de macht komt in de VS (het is gewoon toevallig zo dat ze zeggen dat er voordelen zijn aan Trump of dat Trump voor Europa goed zou zijn of dat ze ingehouden euforisch vertellen dat Europa nu eindelijk zijn eigen broek moet ophouden), zij vinden onze vredelievende manier van samenleven waarbij we onze meningsverschillen democratisch oplossen decadent in tijden dat het recht van de sterkste geldt en zij roepen al sinds ze op televisie mogen komen dat er oorlog komt en het is niet omdat ze op televisie mogen komen bij gratie dat ze zeggen dat er oorlog komt dat ze zeggen dat het oorlog is.

Zij zeggen dit helemaal niet omdat ze hun voorspellingen willen zien uitkomen. Zij weten gewoon al heel lang dat er oorlog komt en kijk, zij hadden al die tijd gelijk, nu is het bijna echt zo ver. Zij moeten alleen nog een beetje harder roepen dat er oorlog komt en eigenlijk al volop bezig is en wij moeten gewoon een beetje beter luisteren. Hoe beter we al hun raadgevingen opvolgen, hoe sneller we in een oorlog rollen. Het is het minste wat we kunnen doen. Het zou zonde zijn van ieders tijd mocht blijken dat zij ons voor niets hebben gewaarschuwd.

Voor de rest wens ik u namens al de generaals, defensiespecialisten, politici en jonathanholslagen die u in 2025 ziet paraderen op uw tv-scherm een vredig kerstfeest.

Matthias Vangenechten