Potje Rummikub ontaardt in ordinaire kaartavond

door The Vremde Mirror

Vremde | De zeden worden alsmaar losser. Ook Vremde ontsnapt niet aan de dans. Wat een onschuldig potje Rummikub moest worden, is uitgedraaid in een ordinaire kaartavond. Een hiervoor in het leven geroepen onafhankelijke onderzoekscommissie moet uitzoeken hoe dit is kunnen gebeuren.

rummikub

Zondag 9 november omstreeks 19u30. Een schijnbaar rustige zondagavond die nog lang in het collectieve geheugen gegrift zal staan bij de inwoners van het anders zo vredige Vremde. Het is het tijdstip dat Vremde definitief haar onschuld verloor. En het is maar de vraag of ze die onschuld ooit zal terugwinnen. Generaties en generaties zullen met de schuldvraag moeten leven en zullen hieronder gebukt gaan. Gewoon door één noodlottige beslissing.

Ten huize Claeys wordt er nu al dertig jaar om de twee weken op zondag een rummikubavond gehouden. Vaste aanwezigen zijn Georgette (83) en Jean (81) Claeys. Al dertig jaar komen Ghislain (84) en Irma (80) over de vloer om hen gezelschap te houden. Een traditie zoals er nog maar weinig tradities zijn. Een van de laatste onverwoestbare bastions in postmoderne tijden waar alles aan verandering onderhevig is. Alsof de tijd is blijven stille staan.

Wat weer een doordeweekse avond vol gezelligheid beloofde te worden, is uitgedraaid in een tragedie. Wat hierna volgt is een gedetailleerde reconstructie van de feiten. Niet geschikt voor gevoelige lezers.

Ghislain en Irma bellen aan bij de familie Claeys. Twintig seconden later zwaait de voordeur open. Na hen hartelijk begroet te hebben, geïnformeerd te hebben naar de gezondheid, naar de kleinkinderen – Georgette toch, die hebben ze niet – een mens wordt vergeetachtiger met de jaren en de weerstoestand alsook de algehele malaise in de wereld becommentarieerd te hebben, haalt Georgette de doos Rummikub boven.

Alles lijkt nog peis en vree. Tot Jean plots de volgende woorden uitspreekt: ‘Hebben jullie eens geen goesting om te kaarten?’ Van verbazing vallen alle valse gebitten uit, pardoes op de grond. Maar niemand die aanstalten maakt ze op te rapen, de verbazing is zo groot dat niemand het zelfs opmerkt.

Tot Georgette een eind maakt aan de beklemmende stilte. ‘Jean, doe niet dwaas.’

‘Allez Jean, wat zegt gij nu?’ valt Irma haar bij.

‘Awel ja, tijd voor revolutie. Al 30 jaar spelen we nu op zondagavond Rummikub. Het is tijd voor verandering,’ verheldert Jean zijn controversiële stellingname.

Voor het eerst laat ook Ghislain van zich horen: ‘Jean heeft gelijk. Een mens leeft maar één keer. En verandering van spijs doet eten.’

‘Ja, als ge het zo bekijkt. We kunnen het natuurlijk altijd eens proberen. Wat denkt ge Georgette?’

‘Oké, maar als het me niet bevalt, haal ik onmiddellijk weer de doos Rummikub boven.’

‘Jean, haal de boek kaarten maar.’

En de rest is geschiedenis.

Advertenties