Dagboek van een stagiair bij Sporza

door The Vremde Mirror

Je droomt van een leven als sportjournalist. Het valt niet aan te raden, het kan. Waar dan beter te beginnen dan bij Sporza? Lezen we mee in het dagboek van een stagiair aldaar.

Maandag

Mijn eerste stagedag bij Sporza. Wat keek ik ernaar uit. Wat is de drang onweerstaanbaar om de stiel van sportjournalist te leren. Sporters, coaches en functionarissen kritisch te bevragen, spitse commentaarstukken af te leveren, wantoestanden aan te kaarten. Niet uit een soort van dolgedraaid cynisme, maar omdat sport een volwaardig maatschappelijk verschijnsel is dat een volwassen berichtgeving verdient. En waar kan dat beter dan bij een instituut als Sporza?

Ik mocht op de website het rubriekje ‘opvallend’ verzorgen. Kortweg komt het erop neer dat ik van geluk mag spreken dat Sporza sowieso de naam van de auteur niet vermeldt.

(toevoeging op donderdag: ik begin helemaal te begrijpen waarom)

Maar goed, ik kan beter wat geduld oefenen. Dit zal wel normaal zijn op een eerste stagedag. Het echte journalistieke werk zal snel volgen.

Dinsdag

Alarm. Brand? Het scheen vele malen erger: op Sportwereld en HLN verscheen een bericht over Thibau Nys, terwijl dit nieuws ons helemaal is ontgaan.

De veiligheidsprocedure schrijft voor dat er dan een alarm afgaat en dat het noodplan in werking treedt. Ik moest het uitvoeren.

Stap 1: Ga naar Instagram

Stap 2: Brei rond de laatste drie foto’s die Puck Moonen gepost heeft een puberaal artikel

Stap 3: Publiceer zonder te herlezen

Tijdens de interne spoedevaluatie die hierop volgde, kwam ik te weten dat Moonen een renster is die niet bijzonder presteert, maar alle sportjournalisten vinden haar bloedgeil en dat is toch de essentie.

Woensdag

Complimenten gekregen voor mijn taalvirtuositeit. (WTF?) ‘Ben je bij ons helaas helemaal niks mee,’ voegde men er snel aan toe.

Waarom zit ik hier? Ik weet het weer. Vorige week een te pertinente, sommigen zeggen seksistische, mening geventileerd over bloemenmeisjes. Daarenboven zocht de VRT nog iemand voor de sportredactie. Dan is de som snel gemaakt.

Maarten Vangramberen trakteerde zonder gelegenheid. We mochten allemaal even voelen aan zijn killerbody.

Donderdag

Ik blijk met handen en voeten gebonden aan de rubriek ‘opvallend’.

OPVALLEND – Een kassei van de Haaghoek wordt vervangen en Sporza is er niet bij.

OPVALLEND – Mensen maken slechte woordspelingen en dat wil nog niet zeggen dat je daarover per se een artikel moet schrijven.

OPVALLEND – Ruben Van Gucht maakt WK-lied: ‘Kampioen-ski, heuj heuj heuj!’

Ditmaal niet op ‘publiceren’ geklikt. Oké, behalve wat betreft de laatste titel dan, maar dat heeft tot nog toe kennelijk niemand opgemerkt. Laten we dat vooral zo houden.

Vrijdag

Ik kan eindelijk het bovenlichaam van Maarten Vangramberen tekenen zonder dat hij poseert.

Vrijdagnamiddag, vroeg naar huis. Er staat een zwaar weekend voor de boeg. Niks van. Weer alarm. Driesje (Dries Mertens, nvdr) moest zo nodig een filmpje delen met hem als wilde weldoener en ja, dan is het alle hens aan dek. We vergaderden een uur over hoe we dit zouden brengen. Uiteindelijk werd het een artikel met een inleidend tekstje waarin zijn tweet werd vertaald met daaronder zijn duchtig gedeelde tweet.

En alsof ik nog niet genoeg te doen had: Frank Raes had een waarzegster gevonden die denkt dat Beerschot promoveert naar 1A. Kunnen we niet zomaar negeren.

Weekend

Zo blij dat ik eindelijk echte journalistiek mag bedrijven. Nadat ik net als de rest van de Sporza-redactie verongelijkt twitterde over een journalist van De Morgen die een cynische wielertweet verstuurde (er heerste een grote vergenoegdheid op de redactie dat we eindelijk een echte journalist op zijn plaats konden zetten, na al die jaren, bovendien is elke gelegenheid goed om op te komen voor de Vlaamse wielrenners, dat blijft de kerntaak van sportjournalisten, jammer dat we in al onze vlijt over elkaar struikelden waardoor het een beetje potsierlijk werd), mocht ik de bindteksten van Ruben Van Gucht voor Sportweekend schrijven.

Ruben heeft daar de tijd niet voor. Hij presenteert De Weekwatchers (ik relativeer de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog geenszins, maar dankzij de Weekwatchers begrijp ik wat mensen ertoe drijft het wel te doen), hij voorziet wielerwedstrijden van commentaar, hij gelooft dat hij met Jacques Vermeire op een podium moet staan, hij staat met zichzelf op een podium, hij maakt een nieuwe reeks van De Kleedkamer, hij haalt onbaatzuchtig vuilnis op terwijl hij loopt en dit op sociale media gooit, hij bedenkt WK-liederen en hij presenteert Sportweekend en nog wel meer.

Hij las mijn tekst en schudde het hoofd. ‘Het gaat om de boodschapper, niet om de boodschap,’ waarna hij mijn tekst onder handen nam. ‘Kijk, zo doe je dat.’

Wat ik zag, waren bij de haren getrokken formuleringen, synoniemen en adjectieven die nergens toe leiden, ledigheid camouflerende clichés en kwinkslagen die ik als vervelend zou ervaren. Maar kijk, dat is het verschil tussen een topjournalist en een stagiair die nog alles te leren heeft.

Advertenties