In het leven van Lars is alles hilarisch

door The Vremde Mirror

Een koffiekan tegen de grond? De hoofdstad van Koeweit verwarren met een plant uit de duizendknoopfamilie? Een citytrip naar Gentbrugge? Geert Hoste? In de file op de E40? Op klaarlichte dag beroofd worden of een elektriciteitsfactuur in de bus krijgen? Hilarisch!

Niks hilarisch aan, vindt Lars.

Niks hilarisch aan, vindt Lars.

Lars’ leven is een lolletje. A fortiori lachen, gieren, brullen. Meer specifiek: hilariteit alom.

Die ene keer toen hij zichzelf erop betrapte alleen Scandinavische bands te liken met minder dan 8000 fans of toen tante Chantal ladderzat verscheen op de begrafenis van zijn zoontje of toen het winteruur werd en hij ’s nachts opstond om de klok een uur vooruit te zetten, de volgende dag met de trein naar het werk ging en maar tien minuten te laat was. Lachen was dat. Zeg gerust hilarisch.

Of toen Lars te horen kreeg dat hij naar de gevangenis moest, kort nadat hij Monopoly speelde met een professor filosofie. Tranen met tuiten. Nee, hi-la-risch!

Zijn kat die hem schattig aankijkt of oh zo geschrokken reageert wanneer de tosti in de broodrooster klaar is. Ook zo hila… Nee, dat is gewoon zijn kat. Een ordinair dier. ‘Onderscheid hoort er te zijn. Je moet met adjectieven niet overdrijven,’ vindt Lars.

Volgens zijn beste vriend Marco respecteert Lars gewoon het leven zoals het komt. ‘Ik weet nog goed hoe hij de laatste trein miste in het station van Vilvoorde, daar moest overnachten en er tyfus en kinkhoest kreeg. Geniaal!’

Advertenties